|
 |
|
|
Geschiedenis (beknopt)
De geschiedenis van Isra�l valt in belangrijke mate
samen met de geschiedenis van het Joodse volk.
De
staat Isra�l bestaat pas sinds 1948, maar voor het begin
van onze jaartelling woonden er reeds joden in het
gebied, dat toen Palestina werd genoemd.
Door de
Babylonische ballingschap in de 6de eeuw v. Chr. en de
verstrooiing in de 1ste eeuw n. Chr. raakten de joden
over de hele wereld verspreid.
De meeste joden
hielden vast aan hun identiteit. Ze werden in de meeste
landen met de nek aangekeken, omdat ze de naam hadden
geld te verdienen over de ruggen van anderen.
De
realiteit was genuanceerder: er waren inderdaad joden
die aanzienlijke rijkdom wisten te vergaren, maar de
meesten leidden een arm bestaan als tweederangs burger.
Vooral in Oost-Europa werden joden aan het eind
van de 19de eeuw zwaar vervolgd. Daarop ontstond het
verlangen naar een eigen joodse staat. Dat "thuis" kon
alleen in Palestina gevestigd worden, want dat was
volgens de joden het beloofde land.
Zionistische beweging
De Weense journalist Theodor Herzl richtte de zogeheten
zionistische beweging op, die streefde naar een eigen
staat. Op het eerste zionistische wereldcongres in 1897
maakte hij dat verlangen wereldkundig. Palestina was
toen nog een deel van het Turkse Rijk.
De Turken
kwamen sterk verzwakt uit de Eerste Wereldoorlog en
Palestina kwam onder Brits bestuur. Dat bood
perspectieven voor de zionisten, ware het niet dat in
Palestina 98% van de grond Arabisch eigendom was.
De zionistische beweging begon grond aan te kopen in
Palestina, maar daartegen rees verzet onder de
Arabieren. In 1922, 1929 en 1936 kwam het tot stakingen
en bloedige opstanden. De Britten �die aanvankelijk
welwillend hadden gestaan tegenover het joodse
verlangen� krabbelden terug en stelden grenzen aan de
immigratie van joden.
vervolg op rechterkolom |
|
Na de verschrikkingen van de Tweede
Wereldoorlog was voor veel joden de maat vol. Massaal
stroomden de overlevenden van de nazi-concentratiekampen
naar Palestina.
De Britten waren niet opgewassen
tegen deze instroom en in 1947 grepen de Verenigde
Naties in. Het land zou worden opgesplitst in een joodse
en een Arabische staat.
De stad Jeruzalem die
voor joden, moslims �n christenen heilig is, zou onder
bestuur komen van de VN.
De joden gingen akkoord
met het voorstel, de Arabieren niet. Daarop brak een
bloedige strijd uit, waarbij 400.000 Palestijnen hun
toevlucht zochten in de buurlanden. Op 14 mei 1948
riepen de joden de staat Isra�l uit.
Na de
oprichting kwam de immigratie pas goed op gang. In de
eerste drie jaar verdubbelde de joodse bevolking. Bij de
volkstelling van 1961 bleek Isra�l 2,3 miljoen inwoners
te hebben; slechts 10% was Arabier.
De
buurlanden namen geen genoegen met de nieuwe situatie.
Al in het jaar van oprichting raakte Isra�l slaags met
de Arabische landen eromheen. Er zouden nog vele
oorlogen volgen. Dankzij Amerikaanse steun wist Isra�l
snel een leger op te bouwen dat sterker was dan de
legers van de omringende landen bij elkaar.
Suez-crisis
In 1956 wilde buurland Egypte het Suezkanaal
nationaliseren. Deze belangrijke verbinding tussen de
Middellandse Zee en de Rode Zee stond tot dan toe onder
beheer van de Britten en de Fransen.
Groot-Brittanni�, Frankrijk en Isra�l besloten
gezamenlijk het Suezkanaal te bezetten. Het Isra�lische
leger rukte snel op door de Sina�-woestijn, maar de VN
en Amerika staken er een stokje voor. Het Isra�lische
leger moest zich terugtrekken, maar had bewezen
daadkrachtig te kunnen optreden.
In de jaren
daarna namen guerrilla-activiteiten vanuit de Arabische
landen tegen Isra�l toe. De spanning steeg. Het was de
voorbode van de eerste grootschalige oorlog tussen
Isra�l en de Arabische landen.
|
Geschiedenis. Oudheid
Palestina staat aan de oorsprong van het kleine
joodse volk. Botvondsten dateren al van 10.000 jaar
v.Chr. en de geschiedenis van Isra�l begon ca. 3000
v.Chr. Het land lag tussen machtige rijken als Babyloni�
en Egypte en belangrijke karavaanwegen liepen door dit
gebied. Bovendien was een vruchtbaar bouwland. Tegen het
einde van het derde millennium v.Chr. ontstonden de
eerste staatkundige eenheden; de Kana�nieten stichtten
steden als Jericho, Megiddo en Jeruzalem.
Egypte
De geschiedenis van Palestina was ook toen al sterk
verbonden met de ontwikkelingen in Egypte, dat echter
ca. 1700 v.Chr. veroverd werd door de Hyksos. Pas na
1550 v.Chr. werden de Hyksos weer verdreven uit Egypte
en het land werd al snel de grootste mogendheid in het
Midden-Oosten. Het duurde niet lang voordat Palestina
werd onderworpen aan Egypte, en de door de Egyptenaren
aangewezen stadskoningen zorgden voor de betaling van
belastingen aan de Egyptische farao�s. De grote
meerderheid van de bevolking had ernstig te lijden onder
het innen van de belastingen, dat vaak met behulp van
soldaten gebeurde.
Filistijnen en Hebree�rs
Begin 13e eeuw v.Chr. vielen de Filistijnen, een
zogenaamd zeevolk, Palestina binnen en volgden ondanks
felle tegenstand, de Egyptenaren op. De Filistijnen
regeerden door middel van de zogenaamde �Vijfstedenbond�,
die bestond uit de steden Gaza, Ashkelon, Ashdod, Ekron
en Gath. Door het ontbreken van een centraal gezag
konden de Filistijnen Palestina niet goed verdedigen
tegen aanvallen van stammen als de Edomieten, de
Ammonieten, de Moabieten en vooral de Hebree�rs, een
nomadisch herdersvolk. Zij kwamen uit de onderlinge
strijd als sterkste te voorschijn en stichtten
verschillende nederzettingen, vooralsnog alleen in
bergachtige gebieden. De oorspronkelijke bevolking
van Palestina had in eerste instantie weinig te vrezen
van de Hebree�n en werden met rust gelaten. Na de
definitieve vestiging in de bergen trokken de Hebree�rs
naar de dalen toe waar de steden van Kana�nieten lagen.
Dat de militair veel zwakkere Hebree�rs deze steden vrij
gemakkelijk konden veroveren, was onder andere te danken
aan de onderlinge strijd tussen de verschillende steden,
waardoor deze zichzelf verzwakten. Verder voerden ze op
een slimme manier oorlog en maakten gebruik van
spionnen, saboteurs en verraders, kortom ze hadden zich
perfect georganiseerd en maakten goed gebruik van de
zwakke punten van de tegenstanders.
Het was nu
zaak voor de Hebree�rs om de toestand te consolideren en
daarvoor was naar hun mening een sterk centraal gezag
voor nodig. Men vond het hoog tijd om een koningshuis te
vestigen. Volgens de bijbel werd Saul omstreeks 1012
v.Chr. tot koning gezalfd. Saul streed zijn gehele
regeringsperiode tegen de Filistijnen, maar ook tegen
Edomieten, Moabieten en Amalekieten. Het lukte Saul in
die tijd om de Isra�lische stammen te verenigen en
belangrijke maatschappelijke veranderingen door te
voeren. Een van die nieuwe aspecten was het opleggen van
een soort van belasting, wat echter een wijdverbreid
verzet opriep. De laatste jaren van Sauls regering
werden gekenmerkt door grote conflicten met de
traditionele elite. Nadat Saul ten val was gebracht door
David met behulp van de Filistijnen, nam David de
leiding van het Isra�lische volk over. Eerst zalfden de
zuidelijke stammen in Juda hem tot koning, in 1004
v.Chr.volgden de noordelijke stammen. De Filistijnen
probeerden dit verbond nog te doorbreken, maar werden
verslagen en speelden daarna geen rol meer in de
geschiedenis van Isra�l. Hierna probeerde David
Jeruzalem te veroveren; dit lukte en Jeruzalem werd de
hoofdstad en het religieuze centrum van het koninkrijk.
Binnenlands kreeg David dezelfde problemen als Saul.
Protestbewegingen en opstanden, onder andere onder
leiding van zijn zoon Absalom, werden door David
neergeslagen. In 965 v.Chr. werd David opgevolgd door
zijn zoon Salomo die meteen al zijn concurrenten
elimineerde, maar er verder voor zorgde dat het relatief
rustig werd in het koninkrijk. Na de dood van Salomo
volgde zijn oudste zoon Rehabeam hem op.
De
noordelijke stammen van Isra�l kregen in de gaten dat ze
het onder de nieuwe heerser nog moeilijker zouden
krijgen als onder zijn vader. Ze riepen daarop Jerobeam
terug uit Egypte en kroonden hem tot koning van de
noordelijke staten, waarna er een gespannen toestand
ontstond. Jerobeam wist zijn land echter buiten een
oorlog te houden, maar drie van zijn opvolgers werden
vermoord, waaronder zijn zoon Nadab. Rond die tijd werd
het zuidelijke land Juda en het noordelijke Isra�l
bedreigd door de Assyri�rs. Juda en Isra�l sloten vrede
en weerstonden zo de Assyri�rs, die vernietigend werden
verslagen in 853 v.Chr. Pas in 841 v.Chr. lukte het de
Assyrische koning Salmaneser om Isra�l te onderwerpen.
Honderd jaar later werd de hele bovenlaag van de
Isra�lieten door de Assyrische koning Sargon afgevoerd
in slavernij en verdween Isra�l voorlopig van de kaart.
Het zuidelijke Juda werd in 734 v.Chr. door de Assyri�r
Tiglatpileser veroverd. Juda accepteerde de overheersing
en betaalde trouw haar belastingen waardoor het volk
door de Asssyri�rs lange tijd met rust gelaten werd.
Begin achtste eeuw v.Chr. werd Palestina een vazalstaat
van Egypte en later werden de Egyptenaren weer verdreven
door de Babylonische vorst Nebukadnezar. Toen Zedekia
(597-587 v.Chr.) de onafhankelijkheid uitriep werd
Nebukadnezar zeer hard op en plunderde in 587 v.Chr.
Jeruzalem en verwoestte de tempel van Salomo. Na de dood
van Nebukadnezar II in 562 v.Chr. lukte het de Perzen
onder leiding van Cyrus om in 539 v.Chr. Judea te
veroveren. Vele rijke joden uit Perzi� keerden daarop
weer terug naar Judea.
Seleuciden
Na de dood van Alexander de Grote in 323 v.Chr. werd
zijn enorme rijk verdeeld onder zijn opvolgers, de
zogenaamde Diadochen. Ptolemaeus kreeg Egypte toegewezen
en veroverde in 320 v.Chr. ook Palestina. Honderd jaar
later vielen de Seleuciden onder leiding van Antiochus
III Palestina binnen, en vanaf 200 v.Chr. waren de joden
onderdeel van rijk van de Seleuciden en kon de
hellenisering van het land versneld worden. De
Hellenen onderdrukten de joden en een opstand kon
natuurlijk niet uitblijven. De naar de woestijn
gevluchte hogepriester Mattatias verzamelde een groot
aantal strijdvaardige aanhangers om zich heen en deze
groep vernoemde zich naar een van de voorvaderen van
Mattatias, Hasmon. Na de dood van Mattatias namen zijn
zonen Judas, Jonathan en Simeon de leiding van de
opstand van de Hasmonee�n over. Met name Judas,
bijgenaamd de Makkabee�r, toonde zich een uitmuntend
militair en veroverde in 164 v.Chr. Jeruzalem op de
Seleuciden. De Seleuciden formeerden nu een groot leger
en probeerden het verloren terrein te herwinnen en boden
de Hasmonee�n vrede en vrijheid van godsdienst aan.
Judas vocht echter door, maar sneuvelde in 160 v.Chr.
Zijn broer Jonathan volgde hem op maar hij werd wegens
politieke motieven in 143 v.Chr. vermoord. Hierna
nam de derde broer, Simeon, de touwtjes in handen en hij
wist een bestand met de Seleuciden te sluiten. In ruil
daarvoor werd hij tot hogepriester benoemd en werd
aanvoerder van de joden met een redelijke mate van
zelfstandigheid. In 140 v.Chr. werd de erfelijkheid van
dit ambt officieel bekrachtigd en was de dynastie van de
Hasmonee�n definitief gevestigd en het land kreeg de
naam Isra�l. In 134 v.Chr. werd Simeon door een
familielid omgebracht, maar het lukte zijn zoon,
Johannes Hyrcanus I, om de opstand neer te slaan en zelf
de troon te bestijgen. De Seleuciden begonnen weer een
oorlog maar deze liep op niets uit, integendeel, Isra�l
breidde langzaam maar zeker haar invloedssfeer uit.
Na de dood van Johannes volgde een bloedige
familiestrijd om de opvolging en uiteindelijk kwam
Alexander Jannai aan de macht, een zoon van Johannes.
Onder diens bewind werden de kuststeden van Galilea
veroverd en ook gebieden ten oosten van de Jordaan.
Romeinen
Na de dood van Alexander volgde er weer een
opvolgingsstrijd, waarvan de Romeinen profiteerden. Zij
waren na het ineenstorten van de Seleucidische rijk de
grote macht in deze regio geworden, en maakten van Syri�
en Palestina de Romeinse provincie Syria. Na de dood van
de machtige keizer Caesar in 47 v.Chr. raakte het gebied
in een burgeroorlog en werd bovendien vanuit het oosten
aangevallen door de Parthen. Zijn zoon Herodes werd
tot koning van Palestina uitgeroepen hij wist in 37
v.Chr. zijn rijk en Jeruzalem weer terug te veroveren.
De meeste leden van de Hoge Raad der Isra�lieten, het
Sanhedrin, werden door hem terechtgesteld. Herodes
zorgde voor een lange periode van vrede met het
buitenland, maar was voor zijn onderdanen een zeer
hardvochtig man, die hem dan ook haatten. Hij werd
daardoor steeds achterdochtiger en de waanzin sloeg toe
toen hij zelfs leden van zijn eigen familie liet
vermoorden.Toen Herodes in 4 v.Chr. eindelijk op
69-jarige leeftijd stierf, ging er een zucht van
opluchting door Isra�l. Drie zonen van hem regeerden
tot 44 n.Chr. over zijn rijk, waarna het land verder
geregeerd werd door Romeinse procurators, die echter
meer uitwaren op het verrijken van zichzelf, waardoor de
corruptie hoogtij vierde. In mei 66 brak er een opstand
uit en de joden wisten de Romeinen uit verschillende
steden te verdrijven. In de zomer van 67 trokken de
Romeinen het land weer binnen, Flavius Vespasianus
vanuit het noorden en zijn zoon Titus vanuit het zuiden.
Net voordat Vespasianus Jeruzalem innam bereikte hem het
bericht dat keizer Nero ten val was gebracht, waarna
Vespasianus tot keizer werd uitgeroepen. In 70 wist
Titus uiteindelijk Jeruzalem te veroveren. In 132 volgde
er onder leiding van Simeon Bar Kochba een opstand tegen
de Romeinen en de joden veroverden in snel tempo het
hele land. Alleen de regent in Brittanni�, Julius
Serverus, wist de opmars van de joden te stoppen door ze
met gelijke munt terug te betalen.De beslissende slag
werd in 135 door hem gewonnen, en onder de joden werden
600.000 slachtoffers geteld, evenals duizenden Romeinse
soldaten.
Byzantijnse en Arabische rijk
In 324 werd de christen Constantijn de alleenheerser
van het Romeinse Rijk en hij liet overal waar Jezus was
geweest, kerken bouwen. Ook een van zijn opvolgers,
keizer Justinianus (527-565), volgde deze politiek en
veel pelgrims brachten welvaart naar het land. In 529
kwamen de Samaritanen in opstand en in 614 trokken de
Perzen plunderend door Palestina. Tussen 634 en 644
werd het gehele Midden-Oosten, inclusief Palestina,
veroverd door Kalief Omar I. De Palestijnen hadden
hieronder echter niet veel te lijden, want de islam was
een tolerante godsdienst. Vanaf 750 regeerden de
Abbasiden vijfhonderd jaar lang vanuit Bagdad over
Palestina. Jeruzalem groeide in die tijd uit tot de op
een na belangrijkste stad voor de moslims. Vanaf 905
werden de Abessiden bedreigd door de Fatamiden en door
de Byzantijnen. Kerken en kloosters werden platgebrand
door sultan Hakim van de Fatamiden. In 1021 werd Hakim
vermoord, waarna er een korte periode van rust volgde.
Rond 1070 werd Palestina veroverd door de Turken.
Kruistochten
Op 27 november 1095 riep de toenmalige paus Urbanus
op tot een kruistocht om de heilige plaatsen in
Palestina te bevrijden van de �ongelovige� moslims.
Uiteindelijk zou de periode van de kruistochten meer dan
twee eeuwen duren en kostte miljoenen mensen het leven.
In juli 1099 werd Jeruzalem veroverd met nog nooit
vertoonde moordpartijen op zowel moslims als joden,
mannen en vrouwen, kinderen en bejaarden. Grote namen in
verband met de kruistochten waren Robert Curthose,
Raymond van Toulouse, Bohemund van Tarente en Godfried
van Bouillon. In 1100 overleed de laatste en zijn broer
Boudewijn liet zich tot koning van Jeruzalem kronen.
Boudewijn stierf in 1118 en werd opgevolgd door een
familielid, Boudewijn II, onder wiens regeerperiode de
kloosterorden van de Tempeliers en de Johannieters
werden opgericht. De moslims voerden de strijd tegen
de christenen verder op en zelfs Boudewijn werd gevangen
gnomen. Na het betalen van losgeld lieten ze hem vrij,
maar in 1131 stierf hij en werd opgevolgd door zijn
schoonzoon Fulco van Anjou. In 1144 werd Jeruzalem
veroverd door de Saracenen en opnieuw kwam er van de
paus een oproep tot een kruistocht tegen de moslims.
Deze kruistocht, onder leiding van koning Lodewijk VII
van Frankrijk en keizer van Duitsland Koenraad III,
mislukte echter volledig, en de moslimstaten in het
Midden-Oosten werden steeds sterker. Saladin, op dat
moment sultan van Egypte, veroverde in 1187 praktisch
alle burchten en steden van de kruisvaarders en op 2
oktober 1187 werd Jeruzalem ingenomen. Opnieuw werd
een kruistocht gehouden, ditmaal onder leiding van
Richard Leeuwenhart van Engeland, Filips August van
Frankrijk en Frederik Barbarossa van Duitsland. Ondanks
de dood van Frederik Barbarossa rukten de beide anderen
op naar het Heilige Land en boekten aanvankelijk wat
successen. Het lukte Richard Leeuwenhart zelfs om het
leger van Saladin in de pan te hakken en hij wilde
daarna Jeruzalem weer veroveren. Voordat het zover was,
stelde Saladin een vredesverdrag voor en vrije toegang
tot alle heilige plaatsen. Richard stemde daar in 1192
mee in en keerde terug naar Engeland. Er volgden nog
vier kruistochten, maar in 1244 werd het koninkrijk
Jeruzalem definitief door de moslims veroverd. In 1271
verlieten de laatste christenen Palestina, alleen de
stad Akko werd nog tot 1291 bezet.
urkse overheersing en Britten krijgen mandaat over
Palestina
Na de kruistochten behoorde Palestina tot het rijk
van de Mamelukken, die vanuit Ca�ro het rijk bestuurden.
De Mamelukken werden in 1516 bij Aleppo verslagen door
de Osmaanse sultan Selim en daarmee begon de 400-jarige
overheersing van de Turken in het Midden-Oosten.
Palestina speelde gedurende lange tijd geen enkele rol
meer op het internationale toneel, en kwam pas ten tijde
van de Franse keizer Napoleon Bonaparte weer in beeld.
Met steun van de Britten kon Napoleon echter buiten
Palestina gehouden worden. In 1874 stichtten de joden
het Palestine Exploration Fund op, in 1878 gevolgd door
de stichting van de eerste landbouwnederzetting. Weer
vier jaar later kwam de eerste immigratiegolf op gang
vanuit Oost-Europa. In 1896 schreef Theodor Herzl het
boek �De joodse staat�, waarin gepleit werd voor de
oprichting van een joodse staat in Palestina. Herzl zou
daarmee de grondlegger van het zionisme worden, de
joods-nationale beweging die als doel heeft de terugkeer
van het joodse volk naar het Heilige Land (in feite de
heuvel Zion). In 1901 werd door Chaim Weizmann het
Joods Nationaal Fonds opgericht, dat geld spendeerde
voor het aankopen van land. Tussen 1904 en 1914 kwamen
er weer veel immigranten naar Palestina, en de
Palestijnen werden langzamerhand achterdochtig toen
steeds meer land in handen van de joden viel en de
vestiging van een joodse staat steeds dichterbij scheen
te komen. In 1908 vielen Arabieren voor het eerst joodse
dorpen aan. In november 1917 volgde de
Balfour-declaratie, waarin Groot-Brittanni� verklaarde
dat zij de vorming van een joodse staat in Palestina
ondersteunde. Frankrijk had enige tijd eerder al te
kennen gegeven welwillend tegenover deze ontwikkelingen
te staan. In april 1920 kregen de Britten het mandaat
over Palestina en het land werd weer overspoeld met
immigranten. Daarop riep de groot-moefti van Jeruzalem
op tot een heilige oorlog tegen de joden en waren
onlusten aan de orde van de dag. De Britten stelden zich
nu veel voorzichtiger op, bang als ze waren om het
bondgenootschap van de Arabieren op het spel te zetten.
Hiermee kwam er voorlopig een einde aan de droom van de
joden voor een eigen staat, want op eigen houtje dit te
bereiken was natuurlijk een illusie. Toch werkten de
joden intern steeds verder toe naar een joodse staat,
maar ook de Arabieren kregen steeds meer een nationaal
bewustzijn. Hierdoor verdiepte de kloof tussen de joden
en de Arabieren steeds meer en het aantal gewelddadige
botsingen tussen de twee volken nam steeds meer toe. De
Britten, die het gebied nog steeds onder mandaat
hielden, stonden steeds meer aan de kant van de
Arabieren en draaiden de joden de duimschroeven aan.
Tweede Wereldoorlog
In 1933 werd de macht in Duitsland overgenomen door
de nazi�s en dat was het sein voor tienduizenden joden
om naar Palestina te immigreren. Dit leverde weer zeer
veel problemen op met de Arabieren en net voor het begin
van de Tweede Wereldoorlog kondigden de Bitten een
immigratiestop aan, ondanks de wetenschap dat de joden
het in Duitsland zeer moeilijk hadden. Toch kwamen er in
het geheim nog vele joden het land binnen en werd er
steeds meer verzet geboden tegen zowel de Britse
mandaattroepen als de Arabieren. Ondertussen woedde in
Europa de Tweede Wereldoorlog en werd praktisch het
gehele Europese jodendom uitgemoord door de nazi�s van
Adolf Hitler. Ca. 6 miljoen joden werden in
concentratiekampen systematisch vermoord, de meeste in
gaskamers. Een relatief kleine groep wist zich uit de
klauwen van de nazi�s te redden, met name in landen als
Finland, Denemarken, Itali� en Bulgarije.
Gedurende de oorlog kwamen de Britten steeds meer onder
vuur te liggen in Palestina. Geheime organisaties
pleegden aanslagen op Britse doelen en vermoordden
Britse politieagenten en militairen. Op 14 februari 1947
verklaarden de Britten dat ze het Arabisch-joodse
probleem niet langer onder controle hadden en riepen de
hulp van de Verenigde Naties in. Op 29 november 1947
stemde de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties
in met de verdeling van Palestina in een joodse en een
Arabische staat. Veel Arabieren waren tegen dit
verdelingsplan en de moefti van Jeruzalem riep zelfs op
om de joodse staat de totale oorlog te verklaren.
De staat Isra�l
Onmiddellijk ontstond er een burgeroorlog tussen
Arabieren en joden, waarbij de joden de overhand
begonnen te krijgen. Onder de indruk van het bloedige
conflict en de tegenwerking van Groot-Brittanni� wilden
de Verenigde Naties het delingsbesluit ongedaan maken,
maar het inmiddels gevormde Voorlopige Bestuur van de
joodse gemeenschap, die 600.000 zielen telde, riep op 14
mei 1948 de joodse staat Isra�l uit en kwam er een einde
aan het 26 jaar oude Britse mandaat over Palestina.
Als reactie daarop rolden nauwelijks enkele uren
later tanks van Egypte, Transjordani�, Syri�, Libanon en
Irak richting Isra�l; de Onafhankelijkheidsoorlog was
begonnen. Hoewel er nog een Amerikaans bemiddelingsplan
werd gelanceerd, trok Isra�l ten strijde tegen de
vijand. Met een onderbreking van een maand duurden de
gevechten voort tot begin 1949, toen er onder
bemiddeling van de VN wapenstilstandsverdragen werden
gesloten op het eiland Rhodos, met Egypte, Libanon,
Jordani� en Syri�. Door uitgebreide wapenleveranties had
Isra�l echter zo�n overwicht opgebouwd dat er zelfs
gebieden veroverd werden die tot op heden nog steeds
Isra�lisch grondgebied zijn. Arabische Palestijnen
vluchtten met duizenden tegelijk naar de buurlanden en
begin 1949 had 80% het land verlaten of was door de
Isra�lische troepen het land uitgezet. Zij waren
gedwongen zich te vestigen in vluchtelingenkampen in
Jordani� (inclusief voor 1967 de Westelijke Jordaanoever),
Libanon en de door Egypte ingelijfde Gazastrook. Joden
uit de hele wereld maakten net de omgekeerde reis; met
name uit de Sovjet-Unie en uit de Arabische landen
emigreerden honderdduizenden joden naar Isra�l om te
helpen met het opbouwen van het land. Vanuit de
Arabische buurlanden werden terroristen (�fedajin�)
ingezet om het leven in Isra�l te ontregelen. Dit kostte
ca. 1300 Isra�li�s het leven en Isra�l reageerde elke
keer met vergeldingsacties. Dit patroon zou tot op de
dag van vandaag het lot zijn van het Isra�lische en
Palestijnse volk.
Isra�ls eerste
minister-president en jarenlang de dominerende figuur
was David Ben-Goerion (1948-1953; 1955-1963). Hij was de
leider van de grootste partij, de socialistische Mapai.
Onder Ben-Goerion begon de staatsvorming.
Industrialisatie en mechanisatie van de landbouw zorgden
voor een welvaartsstaat naar westers voorbeeld.
vervolg op rechterkolom
|
|
vervolg van linkerkolom
Het
belangrijkste probleem voor Isra�l bleef de verhouding
tot de Arabische staten. Vooral na de revolutie in
Egypte (1952) begon de situatie dreigend te worden,
omdat de Egyptische president Nasser ernaar streefde de
nederlaag van 1948 ongedaan te maken. In 1955 nam de
spanning verder toe door onder ander wapenleveranties
aan Egypte uit communistische landen, de militaire
verbonden tussen Egypte en Arabische landen en het
sluiten van het Suezkanaal in 1956. Isra�l werd door
Frankrijk en Groot-Brittanni� aangezet om een oorlog
tegen Egypte te beginnen. De Sina� werd in zes dagen
ingelijfd, maar Isra�l werd onder druk van de Verenigde
Staten gedwongen dit gebied niet definitief in te nemen.
In maart 1957 trok Isra�l zijn troepen dan ook terug. De
situatie in de regio werd nu zeer gecompliceerd en
tevens toneel van de Koude Oorlog, waarin de Arabische
staten gesteund werden door de Sovjet-Unie en Isra�l
door de Verenigde Staten en West-Europese landen. In
1960 raakte premier Ben-Goerion in conflict met een
groot aantal partijgenoten, wat in 1963 leidde tot zijn
aftreden. Hij werd opgevolgd door de minister van
Financi�n Levi Esjkol (1963-1969). In 1964 werd de
Palestine Liberation Organization opgericht (PLO). Zij
wezen de wereldgemeenschap op het grote Palestijnse
vluchtelingenprobleem, maar Isra�l was gewoon niet te
vermurwen om vluchtelingen te laten terugkeren naar hun
oude vaderland. Aan de andere kant vormden de vele
vluchtelingen in de landen waar ze verbleven een steeds
grotere bron van problemen.
Zesdaagse Oorlog en Yom Kippoer Oorlog
In de zomer van 1967 voerde Isra�l een preventieve
oorlog tegen de Arabische buurlanden en bezette tijdens
de zogenaamde Zesdaagse Oorlog (5-10 juni, ook wel
Juni-oorlog genoemd) de Syrische Golanhoogte, de
Jordaanse Westbank, het Egyptische Sina�-schiereiland
met de Gazastrook en Oost-Jeruzalem. Onder leiding van
de legendarische Mosje Dayan behaalden de Isra�li�s een
eclatante overwinning op de Arabische buren. Op 10 juni
1967 werd door bemiddeling van de Veiligheidsraad het
vuren gestaakt, waarmee een eind kwam aan de Zesdaagse
Oorlog. Op 22 november 1967 nam de Veiligheidsraad
resolutie nr. 242 aan die uitging van terugtrekking door
Isra�l uit de door dit land bezette gebieden, maar
Isra�l weigerde zich uit de bezette gebieden terug te
trekken en installeerde een militair bestuur. De
Arabische staten weigerden Isra�l te erkennen en na 1967
werd Isra�l geteisterd door Palestijnse terroristen die
opereerden vanuit Jordani� en Libanon. Vergeldingsacties
werden ook uitgevoerd op Egyptisch grondgebied, waarop
Egypte voorstellen tot vredesonderhandelingen deed, die
echter door Isra�l werden afgewezen. In oktober 1973
trokken Egypte en Syri� ten aanval en boekte
aanvankelijk succes in deze zogenaamde Yom
Kippoer-oorlog. Isra�l sloeg echter terug en daarop
zorgden de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie voor een
wapenstilstand. Diplomatieke onderhandelingen tussen de
Egyptische president Anwar as-Sadat, de Amerikaanse
bemiddelaar Henry Kissinger en de Isra�lische premier
Golda Me�r (die in februari 1969 de overleden Esjkol was
opgevolgd) werden zo gevoerd dat het leek alsof Egypte
als overwinnaar uit de strijd was gekomen. In maart 1974
vormde mevrouw Golda Meir een nieuwe coalitieregering;
in april echter kondigde zij haar aftreden aan. Generaal
Rabin werd premier van een nieuw coalitiekabinet met als
ministers onder andere Sjimon Peres en Jigal Allon.
Vredesverdrag tussen Isra�l en de Palestijnen!
In de loop van 1974 werden met Egypte en Syri�
troepenscheidingsakkoorden gesloten, waarbij Isra�l zich
terugtrok uit de gebieden die het in de Oktoberoorlog
had bezet en ook een gedeelte van de Sina� prijsgaf.
Intussen geraakte Isra�l, vooral door de hantering van
het 'oliewapen' door de Arabische landen, in toenemende
mate ge�soleerd en werd ook betrokken in de Libanese
burgeroorlog door de vergeldings- en preventieve acties
op Libanees grondgebied tegen de daar verblijvende
Palestijnen. In 1977 werden de
parlementsverkiezingen gewonnen door de conservatieve
Likoedpartij onder Menachem Begin. De oorlog had
ondertussen een economische crisis tot gevolg, die zelfs
leidde tot emigratie. Bij gemeenteraadsverkiezingen in
1976 stemde de Palestijnse bevolking massaal op de PLO,
terwijl de Isra�lische Palestijnen zich in toenemende
mate solidair verklaarden met de Palestijnen in de
bezette gebieden. In november 1977 kwam president Sadat
van Egypte op bezoek bij Begin en hij stelde een
vredesregeling voor. In 1978 kwam er onder bemiddeling
van de Amerikaanse president Carter te Camp David
(-akkoorden) zicht op een vredesverdrag tussen Isra�l en
Egypte. In maart 1979 kwam dit vredesverdrag
daadwerkelijk tot stand, maar het steeds maar weer
stichten van nederzettingen in de bezette gebieden
voorkwam een verdere toenadering. In augustus 1980 nam
het Isra�lische parlement een wet aan waarbij Jeruzalem
tot de ene en ondeelbare hoofdstad werd verklaard. De
verkiezingen van 30 juni 1981 werden gewonnen door het
Likoedblok, en begin kon zijn tweede kabinet gaan
vormen. In 1981 werd ook het nederzettingenbeleid
ge�ntensiveerd en op 14 december werd de Hoogvlakte van
Golan geannexeerd, ondanks veel internationale kritiek.
Ondanks een stilzwijgend bestand met de PLO in
Libanon trokken Isra�lische troepen na een aanslag op de
Isra�lische ambassadeur in Londen op 6 juni 1982 met
veel vertoon van macht Zuid-Libanon binnen en belegerden
zelfs de hoofdstad Beiroet. Ondanks de aftocht van de
PLO-strijders, kreeg Isra�l ook binnenlands veel kritiek
te verwerken, zeker na de moordpartijen door Libanese
bongenoten in de Palestijnse kampen Sabra en Chatila in
september 1982. In augustus 1983 trad premier Begin
af en nam zijn minister van Buitenlandse Zaken Jitschak
Sjamir de leiding van het kabinet over. Vervroegde
verkiezingen in maart 1984 leverden een regering van
'nationale eenheid' op, waarin eerst de socialist Sjimon
Peres (1984-1986) en vervolgens Likoedleider Sjamir
(1986-1988) premier zouden zijn. Deze regering besloot
in juni 1985, afgezien van de veiligheidszone, tot een
volledige terugtrekking uit Libanon. Met een diep
ingrijpend saneringsbeleid wist dit kabinet de beroerde
economische toestand te verbeteren. In 1984 kwamen
via een geheime luchtbrug 10.000 joden of Falasha�s uit
Ethiopi� naar Isra�l.
Eerste Intifada
Groeiende onrust in de bezette gebieden werd door
Isra�l beantwoord met harde strafmaatregelen,
deportaties, verschijningsverboden en schoolsluitingen.
Naast PLO-aanhangers manifesteerden zich ook steeds meer
islamitische fundamentalisten, waaronder de
Hamas-beweging. Op 8 december 1987 brak in de Gazastrook
en de Westelijke Jordaanoever de Palestijnse opstand of
Intifada uit. Ondanks harde maatregelen bleek het leger
niet in staat hieraan het hoofd te bieden en de
groeiende verdeeldheid hierover in Isra�l zelf kwam tot
uiting bij de verkiezingen van 1 november 1988, waarbij
zowel het Likoedblok als de Arbeiderspartij zetels
verloren aan radicale partijen ter rechter- en
linkerzijde. Ondertussen bleef de nauwe
strategische, politieke en economische samenwerking met
de Verenigde Staten bestaan, maar ook met de Sovjet-Unie
en andere communistische landen in Oost-Europa werden in
de jaren tachtig geleidelijk de banden hersteld, wat tot
uiting kwam in onder andere een toenemende immigratie
van Russische joden.
Tweede Golfoorlog
Eind 1989 deden Egypte onder Moebarak en de
Verenigde Staten tevergeefs pogingen de impasse in het
overleg over de bezette gebieden te doorbreken. Op 15
maart 1990 kwam het kabinet Sjamir-Peres ten val en pas
na een moeizame kabinetsformatie wist Sjamir
uiteindelijk in juni 1990 een coalitie te vormen van
zijn Likoedblok met een aantal religieuze en
nationalistische partijen. Na het begin van de
Tweede Golfoorlog op 17 januari 1991 probeerde Irak
Isra�l bij de strijd te betrekken door Isra�lische
steden met Scudraketten te bestoken, waarbij enige doden
vielen, maar voornamelijk materi�le schade werd
aangericht. Onder druk van de Amerikaanse regering
besloot Isra�l de aanvallen niet te beantwoorden
teneinde de anti-Iraakse coalitie niet in problemen te
brengen. Na de oorlog, februari 1991 laaide de
Intifada weer op. Mede onder druk van de Amerikanen nam
Isra�l eind 1991 deel aan een vredesconferentie over het
Midden-Oosten in Madrid. De Palestijnen die deel
uitmaakten van de Palestijns-Jordaanse delegatie, kregen
bij hun terugkeer een heldenontvangst.
Periode Rabin
Op 13 juli 1992 werd Sjamir vervangen door Jitschak
Rabin. De regering-Rabin ging contacten met de PLO niet
uit de weg, wat op 13 september 1993 in Washington
resulteerde in een akkoord over beperkt Palestijns
zelfbestuur in Gaza en Jericho. Door dit Akkoord van
Oslo werden mogelijkheden geschapen voor een verbetering
van de relatie met Syri�, Jordani� en Libanon. In 1995
volgde het Oslo-2-akkoord, dat voorzag in een gefaseerde
Isra�lische terugtrekking uit de belangrijkste steden op
de Westelijke Jordaanoever. In maart 1993 koos de
Knesset Ezer Weizman van de Arbeiderspartij tot
president als opvolger van Chaim Herzog. Midden 1994
tekenden de Isra�lische premier Rabin en koning Hoessein
van Jordani� de �Verklaring van Washington�, waarbij
formeel een einde kwam aan de staat van oorlog tussen
beide landen. De onderhandelingen met Syri� daarentegen
bleven moeizaam verlopen, met als voornaamste
struikelblokken de veiligheidsmaatregelen bij een
Isra�lische aftocht uit de Golanhoogte en de 'diepte'
van de te sluiten vrede. Bij confrontaties tussen het
Isra�lische leger en zijn bondgenoot, de South Lebanese
Army (SLA), enerzijds en sji'itische Hezbollah-strijders
en Palestijnen anderzijds vielen ook in 1995 weer
tientallen doden.
Periode Netanyahu
In november 1995 werd premier Rabin in Tel Aviv
vermoord door een jonge Isra�lische nationalist. Hij
werd opgevolgd door Sjimon Peres, die het vredesproces
voortzette. Peres leed eind mei 1996 bij de
parlementsverkiezingen en bij de eerste directe
verkiezing van een nieuwe premier een zeer kleine
nederlaag tegen Likoedleider Benjamin Netanyahu.
Netanyahu vormde een rechtsreligieuze coalitieregering
en beloofde het vredesproces met de PLO en de Arabische
landen voort te zetten. Bij de eerder in 1996 gehouden
verkiezingen voor een Palestijnse Raad en een
Palestijnse president, werd Arafat met ruime meerderheid
tot president gekozen. In de loop van 1996 ontstond
in Isra�l grote politieke verdeeldheid over het
vredesproces. De oorzaken daarvan waren de
zelfmoordaanslagen van de Hamas en het beleid van
Netanyahu, die de vrede-voor-landfilosofie van Rabin en
Peres terzijde schoof en op basis van een
vrede-voor-veiligheidstrategie de onderhandelingen met
de PLO onder grote buitenlandse druk schoorvoetend
voortzette. Netanyahu kondigde de bouw van nieuwe
joodse nederzettingen aan en weigerde aanvankelijk in te
stemmen met de terugtrekking van het Isra�lische leger
uit Hebron, waarover begin 1997 na Amerikaanse druk
alsnog overeenstemming werd bereikt. De spanningen
tussen Isra�l en de PLO liepen snel op en ook de
fragiele relatie met de Arabische landen werd door de
harde Isra�lische standpunten op de proef gesteld.
Het vredesproces kwam verder in het gedrang toen
Netanyahu in februari 1997 de bouw aankondigde van de
joodse woonwijk Har Homa in Oost-Jeruzalem. Bovendien
werd in september van dat jaar begonnen met de bouw van
nieuwe joodse nederzettingen in Efrat, op de Westelijke
Jordaanoever. Zelfs de Verenigde Staten keurden in
oktober 1997 openlijk het beleid van de
regering-Netanyahu af, en binnen de Arabische wereld en
de Europese Unie nam het ongenoegen toe over de
Isra�lische nederzettingspolitiek. In november werd het
overleg hervat tussen Isra�l en Palestijnse delegaties
over de verdere uitwerking van de gebiedsoverdracht. In
Isra�l kreeg Netanyahu het zwaar te verduren door onder
andere een beschuldiging wegens corruptie en een
mislukte moordaanslag op een Hamas-leider door de
Isra�lische geheime dienst. Ook groeide in Isra�l zelf
het verzet tegen de Isra�lische aanwezigheid in Libanon,
waar het leger verschillende aanvallen uitvoerde op de
pro-Iraanse Hezbollah. In juni 1997 koos de
Arbeiderspartij Ehud Barak tot partijleider, als
opvolger van Sjimon Peres. In de Palestijnse Autonome
Gebieden (Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook)
verslechterde de leefsituatie aanzienlijk door de
strafmaatregelen van Isra�l naar aanleiding van de
bomaanslagen door Hamas. 70.000 Palestijnen konden door
de grenssluitingen niet naar hun werk. Ook de
Palestijnse leider Arafat verloor aan prestige door het
vastlopen van het vredesproces en de toenemende
corruptie in Palestijnse kring. In april deed de Britse
premier Blair als voorzitter van de Europese Unie een
poging het vredesproces weer vlot te trekken.
Amerikaanse druk op Netanyahu leidde uiteindelijk tot
het akkoord van Wye Plantation dat onder leiding van de
Amerikaanse president Clinton en met hulp van de zieke
Jordaanse koning Hoessein in oktober 1998 werd gesloten
door Arafat en Netanyahu. Het akkoord hield in dat
Isra�l zich uit 13,1 procent van de Westelijke
Jordaanoever zou terugtrekken, en Arafat op zijn beurt,
beloofde harder op te treden tegen terroristische
aanslagen van Hamas en was ook bereid om het Palestijns
Handvest te herzien. Het Isra�lische
nederzettingenbeleid was ook nu weer spelbreker en stond
bleek de uitvoering van Wye Plantation in de weg.
Periode Barak
Eind 1998 viel Netanyahu�s kabinet, maar de Likoed
koos Netanyahu opnieuw tot kandidaat-premier en
lijsttrekker. Als reactie daarop keerden verschillende
Likoed-kopstukken de partij de rug toe. De spanningen
tussen ultra-orthodoxe en seculiere joden in Isra�l
liepen begin 1999 hoog op. De grote verliezer van de
parlementsverkiezingen van medio mei 1999 was de
Likoedpartij te zien; een grote winnaar was de
ultra-orthodoxe Shaspartij, die 10 zetels won. De
Arbeiderspartij bleef, ondanks fors zetelverlies.
Netanyahu trok zich na de uitslag onmiddellijk terug als
premier en de nieuwe premier werd Ehud Barak van de
Arbeiderspartij. Netanyahu trad ook nog af als
partijleider en werd opgevolgd door Ariel Sjaron.
Tijdens zijn campagne had Barak beloofd het vredesproces
met Syri� en de Palestijnen weer vlot te trekken, en hij
deed de concrete toezegging dat onder zijn bewind het
Isra�lische leger binnen ��n jaar Libanon verlaten zou
hebben. Barak beloofde voorts dat over de teruggave van
de Golan aan Syri� en terugtrekking van het Isra�lische
leger uit Zuid-Libanon een referendum de doorslag zou
geven. Direct na de be�diging van zijn kabinet begon
Barak onderhandelingen met de Palestijnen. Na
interventies van de Amerikaanse minister van
Buitenlandse Zaken, Albright, en de Egyptische
president, Moebarak, sloten Barak en Arafat op 4 sept.
1999 een nieuw akkoord. In dit 'Wye-2' verplichtte
Isra�l zich ertoe dat 18,1% van bezet land op de
Westelijke Jordaanoever in drie fases onder Palestijns
gezag zou komen en dat ten minste 350 Palestijnse
gevangenen zouden worden vrijgelaten. De belangrijkste
toevoeging in Wye-2 was een blauwdruk voor een
alomvattende vrede tussen Isra�l en de Palestijnen, die
op 13 februari 2000 afgerond zou moeten zijn en de basis
moest vormen van een definitieve vredesregeling in
september 2000. Hierna begon Isra�l met de uitvoering
van het akkoord. In twee fases werden 350 Palestijnse
gevangenen vrijgelaten en op 4 oktober 1999 werden
protocollen voor de verbindingsweg tussen Gaza en Hebron
ondertekend. In januari 2000 werd tussen Isra�l en de
Palestijnen een akkoord gesloten over de overdracht van
land op de Westelijke Jordaanoever. De
onderhandelingen voor de vrede verliepen echter slecht,
en vooral de status van Jeruzalem was een teer punt. Uit
protest tegen de voortgaande bouw van joodse
nederzettingen staakten de Palestijnen de
onderhandelingen begin december, maar een geheime
topontmoeting tussen Barak en Arafat bracht het
vastgelopen vredesproces weer op gang. In december
1999 bereikten Isra�l en Syri� overeenstemming over
vredesonderhandelingen en maakten afspraken over
teruggave van de Golan in ruil voor vrede, en de
terugtocht van Isra�l uit Zuid-Libanon in ruil voor
Syrische inspanningen om Hezbollah aan banden te leggen.
Half april 2000 voltooide Isra�l de terugtrekking van
troepen uit Libanon. Isra�l ontving in het begin van
2000 de paus ook de Chinese president bezocht het land.
Periode Sharon
De coalitie van Barak viel medio 2000 uit elkaar als
gevolg van meningsverschillen tussen de
regeringspartijen over de binnenlandse en buitenlandse
politiek. Nieuwe verkiezingen vonden in februari 2001
plaats en leverden een grote overwinning op voor de
Likoedpartij van Ariel Sharon. Naar aanleiding van
meningsverschillen tussen Likoed en de Arbeiderspartij
vonden in januari 2003 opnieuw verkiezingen plaats. De
Arbeiderspartij verloor deze verkiezingen terwijl de
centrum-rechtse partij Shinui sterk groeide. In maart
2003 had Sharon een nieuw kabinet gevormd, bestaande uit
Likoed, Shinui, de Nationale Religieuze Partij en de
Nationale Unie, samen goed voor 68 van de 120 zetels in
de Knesset. Na de verkiezingen leek Sharon een wat
mildere koers te varen. Begin februari voerde hij zelfs
besprekingen met gematigde Palestijnen. Ondertussen
voerden de Verenigde Staten, de Verenigde Naties, de
Europese Unie en Rusland de druk op beide partijen op.
Men stelde een �routekaart� op voor een allesomvattende
vrede in het Midden-Oosten. In de loop van 2003 en begin
2004 zorgden vele bloedige aanslagen ervoor dat er van
alle goede bedoelingen weinig terecht kwam.
Na
38 jaar bezetting voltooide Isra�l op 22 augustus 2005
de ontruiming van zijn 22 nederzettingen in de
Palestijnse Gazastrook. Twee weken eerder dan gepland en
vreedzamer dan verwacht verlieten alle ongeveer 8500
kolonisten het gebied.
Doordat de religieuze
partijen het hier niet mee eens waren viel de regering
van Sharon echter en Sharon richtte zijn eigen politieke
partij op, Kadima geheten. In 2006 raakte Sharon in een
diepe coma en na een overgangsperiode werd Ehud Olmert
de nieuwe premier. De verkiezingen in de Palestijnse
gebieden in 2006 werden gewonnen door de
fundamentalistisch-islamistische Hamas. Dit leidde tot
een economische en politieke boycot van de Palestijnse
Autoriteit door Isra�l, de VS en de EU die Hamas als een
terroristische organisatie aanmerken. Na een aanval door
de Libanese beweging Hezbollah op een Isra�lische
grenspost waarbij drie Isra�lische soldaten werden
gedood en twee werden gevangengenomen en
raketbeschietingen op Isra�lische doelen, begon het
Isra�lische leger met een massale vergeldingsaanval op
Libanon waarbij ruim 1100 Libanese doden vallen, het
merendeel burgers.[26] In Noord-Isra�l komen 1500
katjoesjaraketten neer; Isra�l zag echter geen kans deze
raketbeschietingen te stoppen. De Isra�lisch-Libanese
oorlog van 2006 leidde tot grote binnenlandse problemen
voor Olmert.
Ook in het zuiden van Isra�l wordt
de bevolking geconfronteerd met voortdurende
raketbeschietingen, ditmaal vanuit de Gazastrook dat
door Hamas wordt gecontroleerd. Sderot heeft het hierbij
het zwaarst te verduren.
In november 2007 werd
in de Amerikaanse stad Annapolis een conferentie
gehouden tussen Isra�l, de Palestijnse Autoriteit en
diverse Arabische landen die ook vertegenwoordigers
sturen. President Bush riep deze conferentie bijeen met
het doel om voor het einde van 2008 een onafhankelijke
Palestijnse staat te cre�ren.
In mei 2008 werd
bekend dat Olmert van corruptie wordt verdacht. Een
Amerikaanse zakenman van Joodse komaf genaamd Morris
Talansky zou hem over een periode van vijftien jaar in
totaal 150.000 dollar hebben gegeven. Olmert beweert dat
het om bijdragen ging voor zijn verkiezingscampagnes
maar de Isra�lische justitie denkt dat hij het geld in
eigen zak heeft gestoken. |
|