JOODSE GESCHIEDENIS - PALESTINA - ISRAEL

Tijdsbalken Dode Zee-rollen Gouverneur van Romeins Judea  Hasmonee�n Herodes
Joodse diaspora in Egypte  Koning van Isra�l / Koning van Juda  Oud-Isra�lisch persoon  Oniaden en Tobiaden Samaritanen
Lijst van koningen van Isra�l Koninkrijk Isra�l / Koninkrijk Juda Joram van Isra�l Joachaz van Isra�l Joas van Isra�l
Geschiedenis van Kana�n Geschiedenis van Isra�l Geschiedenis van Palestina Joodse geschiedenis Joodse religieuze geschiedenis
Jodendom Joden Joden in Nederland Joden in Marokko Joden in Rusland
Joden in San Marino Joden in Tsjechi� Joden in Wit-Rusland Joden in Zwitserland Getto van Warschau
Joden in Belgi� Joden in Duitsland Joden in Frankrijk Opstand in het getto van Warschau Joden in Polen
Grand Sanhedrin Sjimon bar Kochba Verdrijvingsedict Diaspora Simon Wiesenthalcentrum
Josephus Joodse oorlog Holocaust Antisemitisme Christelijke visies op het jodendom
Jodensavanne Jodenvervolging Joodsche Eereraad Joodsche Raad Felix Libertate
Balavignus Haskala  Josefov (Praag) Pekelder Joden Mediene
Achazja van Isra�l Antipatris Basan Beet She'an Bethlehem
Dekapolis (Syri�) Edom Hauran Herodion Huis van David
Idumea Jachin Jebusieten Jeruzalem Joodse tempel
Judea Korachiet Machaerus Massada Menachem
Palestina Panias Pekach Pekachja Perea
Sallum Samaria Sicarii Tempel van Salomo Trachonitis
Visioen van Gabri�l Zecharja Zeloten    

 

Geschiedenis (beknopt)

De geschiedenis van Isra�l valt in belangrijke mate samen met de geschiedenis van het Joodse volk.

De staat Isra�l bestaat pas sinds 1948, maar voor het begin van onze jaartelling woonden er reeds joden in het gebied, dat toen Palestina werd genoemd.

Door de Babylonische ballingschap in de 6de eeuw v. Chr. en de verstrooiing in de 1ste eeuw n. Chr. raakten de joden over de hele wereld verspreid.

De meeste joden hielden vast aan hun identiteit. Ze werden in de meeste landen met de nek aangekeken, omdat ze de naam hadden geld te verdienen over de ruggen van anderen.

De realiteit was genuanceerder: er waren inderdaad joden die aanzienlijke rijkdom wisten te vergaren, maar de meesten leidden een arm bestaan als tweederangs burger.

Vooral in Oost-Europa werden joden aan het eind van de 19de eeuw zwaar vervolgd. Daarop ontstond het verlangen naar een eigen joodse staat. Dat "thuis" kon alleen in Palestina gevestigd worden, want dat was volgens de joden het beloofde land.

Zionistische beweging

De Weense journalist Theodor Herzl richtte de zogeheten zionistische beweging op, die streefde naar een eigen staat. Op het eerste zionistische wereldcongres in 1897 maakte hij dat verlangen wereldkundig. Palestina was toen nog een deel van het Turkse Rijk.

De Turken kwamen sterk verzwakt uit de Eerste Wereldoorlog en Palestina kwam onder Brits bestuur. Dat bood perspectieven voor de zionisten, ware het niet dat in Palestina 98% van de grond Arabisch eigendom was.

De zionistische beweging begon grond aan te kopen in Palestina, maar daartegen rees verzet onder de Arabieren. In 1922, 1929 en 1936 kwam het tot stakingen en bloedige opstanden. De Britten �die aanvankelijk welwillend hadden gestaan tegenover het joodse verlangen� krabbelden terug en stelden grenzen aan de immigratie van joden.

vervolg op rechterkolom
  Na de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog was voor veel joden de maat vol. Massaal stroomden de overlevenden van de nazi-concentratiekampen naar Palestina.

De Britten waren niet opgewassen tegen deze instroom en in 1947 grepen de Verenigde Naties in. Het land zou worden opgesplitst in een joodse en een Arabische staat.

De stad  Jeruzalem die voor joden, moslims �n christenen heilig is, zou onder bestuur komen van de VN.

De joden gingen akkoord met het voorstel, de Arabieren niet. Daarop brak een bloedige strijd uit, waarbij 400.000 Palestijnen hun toevlucht zochten in de buurlanden. Op 14 mei 1948 riepen de joden de staat Isra�l uit.

Na de oprichting kwam de immigratie pas goed op gang. In de eerste drie jaar verdubbelde de joodse bevolking. Bij de volkstelling van 1961 bleek Isra�l 2,3 miljoen inwoners te hebben; slechts 10% was Arabier.

De buurlanden namen geen genoegen met de nieuwe situatie. Al in het jaar van oprichting raakte Isra�l slaags met de Arabische landen eromheen. Er zouden nog vele oorlogen volgen. Dankzij Amerikaanse steun wist Isra�l snel een leger op te bouwen dat sterker was dan de legers van de omringende landen bij elkaar.

Suez-crisis

In 1956 wilde buurland Egypte het Suezkanaal nationaliseren. Deze belangrijke verbinding tussen de Middellandse Zee en de Rode Zee stond tot dan toe onder beheer van de Britten en de Fransen.

Groot-Brittanni�, Frankrijk en Isra�l besloten gezamenlijk het Suezkanaal te bezetten. Het Isra�lische leger rukte snel op door de Sina�-woestijn, maar de VN en Amerika staken er een stokje voor. Het Isra�lische leger moest zich terugtrekken, maar had bewezen daadkrachtig te kunnen optreden.

In de jaren daarna namen guerrilla-activiteiten vanuit de Arabische landen tegen Isra�l toe. De spanning steeg. Het was de voorbode van de eerste grootschalige oorlog tussen Isra�l en de Arabische landen.




Geschiedenis. Oudheid


Palestina staat aan de oorsprong van het kleine joodse volk. Botvondsten dateren al van 10.000 jaar v.Chr. en de geschiedenis van Isra�l begon ca. 3000 v.Chr. Het land lag tussen machtige rijken als Babyloni� en Egypte en belangrijke karavaanwegen liepen door dit gebied. Bovendien was een vruchtbaar bouwland. Tegen het einde van het derde millennium v.Chr. ontstonden de eerste staatkundige eenheden; de Kana�nieten stichtten steden als Jericho, Megiddo en Jeruzalem.

Egypte


De geschiedenis van Palestina was ook toen al sterk verbonden met de ontwikkelingen in Egypte, dat echter ca. 1700 v.Chr. veroverd werd door de Hyksos. Pas na 1550 v.Chr. werden de Hyksos weer verdreven uit Egypte en het land werd al snel de grootste mogendheid in het Midden-Oosten. Het duurde niet lang voordat Palestina werd onderworpen aan Egypte, en de door de Egyptenaren aangewezen stadskoningen zorgden voor de betaling van belastingen aan de Egyptische farao�s. De grote meerderheid van de bevolking had ernstig te lijden onder het innen van de belastingen, dat vaak met behulp van soldaten gebeurde.

Filistijnen en Hebree�rs


Begin 13e eeuw v.Chr. vielen de Filistijnen, een zogenaamd zeevolk, Palestina binnen en volgden ondanks felle tegenstand, de Egyptenaren op. De Filistijnen regeerden door middel van de zogenaamde �Vijfstedenbond�, die bestond uit de steden Gaza, Ashkelon, Ashdod, Ekron en Gath. Door het ontbreken van een centraal gezag konden de Filistijnen Palestina niet goed verdedigen tegen aanvallen van stammen als de Edomieten, de Ammonieten, de Moabieten en vooral de Hebree�rs, een nomadisch herdersvolk. Zij kwamen uit de onderlinge strijd als sterkste te voorschijn en stichtten verschillende nederzettingen, vooralsnog alleen in bergachtige gebieden.
De oorspronkelijke bevolking van Palestina had in eerste instantie weinig te vrezen van de Hebree�n en werden met rust gelaten. Na de definitieve vestiging in de bergen trokken de Hebree�rs naar de dalen toe waar de steden van Kana�nieten lagen. Dat de militair veel zwakkere Hebree�rs deze steden vrij gemakkelijk konden veroveren, was onder andere te danken aan de onderlinge strijd tussen de verschillende steden, waardoor deze zichzelf verzwakten. Verder voerden ze op een slimme manier oorlog en maakten gebruik van spionnen, saboteurs en verraders, kortom ze hadden zich perfect georganiseerd en maakten goed gebruik van de zwakke punten van de tegenstanders.

Het was nu zaak voor de Hebree�rs om de toestand te consolideren en daarvoor was naar hun mening een sterk centraal gezag voor nodig. Men vond het hoog tijd om een koningshuis te vestigen. Volgens de bijbel werd Saul omstreeks 1012 v.Chr. tot koning gezalfd. Saul streed zijn gehele regeringsperiode tegen de Filistijnen, maar ook tegen Edomieten, Moabieten en Amalekieten. Het lukte Saul in die tijd om de Isra�lische stammen te verenigen en belangrijke maatschappelijke veranderingen door te voeren. Een van die nieuwe aspecten was het opleggen van een soort van belasting, wat echter een wijdverbreid verzet opriep. De laatste jaren van Sauls regering werden gekenmerkt door grote conflicten met de traditionele elite. Nadat Saul ten val was gebracht door David met behulp van de Filistijnen, nam David de leiding van het Isra�lische volk over. Eerst zalfden de zuidelijke stammen in Juda hem tot koning, in 1004 v.Chr.volgden de noordelijke stammen. De Filistijnen probeerden dit verbond nog te doorbreken, maar werden verslagen en speelden daarna geen rol meer in de geschiedenis van Isra�l. Hierna probeerde David Jeruzalem te veroveren; dit lukte en Jeruzalem werd de hoofdstad en het religieuze centrum van het koninkrijk. Binnenlands kreeg David dezelfde problemen als Saul. Protestbewegingen en opstanden, onder andere onder leiding van zijn zoon Absalom, werden door David neergeslagen. In 965 v.Chr. werd David opgevolgd door zijn zoon Salomo die meteen al zijn concurrenten elimineerde, maar er verder voor zorgde dat het relatief rustig werd in het koninkrijk. Na de dood van Salomo volgde zijn oudste zoon Rehabeam hem op.

De noordelijke stammen van Isra�l kregen in de gaten dat ze het onder de nieuwe heerser nog moeilijker zouden krijgen als onder zijn vader. Ze riepen daarop Jerobeam terug uit Egypte en kroonden hem tot koning van de noordelijke staten, waarna er een gespannen toestand ontstond. Jerobeam wist zijn land echter buiten een oorlog te houden, maar drie van zijn opvolgers werden vermoord, waaronder zijn zoon Nadab. Rond die tijd werd het zuidelijke land Juda en het noordelijke Isra�l bedreigd door de Assyri�rs. Juda en Isra�l sloten vrede en weerstonden zo de Assyri�rs, die vernietigend werden verslagen in 853 v.Chr. Pas in 841 v.Chr. lukte het de Assyrische koning Salmaneser om Isra�l te onderwerpen. Honderd jaar later werd de hele bovenlaag van de Isra�lieten door de Assyrische koning Sargon afgevoerd in slavernij en verdween Isra�l voorlopig van de kaart. Het zuidelijke Juda werd in 734 v.Chr. door de Assyri�r Tiglatpileser veroverd. Juda accepteerde de overheersing en betaalde trouw haar belastingen waardoor het volk door de Asssyri�rs lange tijd met rust gelaten werd. Begin achtste eeuw v.Chr. werd Palestina een vazalstaat van Egypte en later werden de Egyptenaren weer verdreven door de Babylonische vorst Nebukadnezar. Toen Zedekia (597-587 v.Chr.) de onafhankelijkheid uitriep werd Nebukadnezar zeer hard op en plunderde in 587 v.Chr. Jeruzalem en verwoestte de tempel van Salomo. Na de dood van Nebukadnezar II in 562 v.Chr. lukte het de Perzen onder leiding van Cyrus om in 539 v.Chr. Judea te veroveren. Vele rijke joden uit Perzi� keerden daarop weer terug naar Judea.

Seleuciden


Na de dood van Alexander de Grote in 323 v.Chr. werd zijn enorme rijk verdeeld onder zijn opvolgers, de zogenaamde Diadochen. Ptolemaeus kreeg Egypte toegewezen en veroverde in 320 v.Chr. ook Palestina. Honderd jaar later vielen de Seleuciden onder leiding van Antiochus III Palestina binnen, en vanaf 200 v.Chr. waren de joden onderdeel van rijk van de Seleuciden en kon de hellenisering van het land versneld worden.
De Hellenen onderdrukten de joden en een opstand kon natuurlijk niet uitblijven.
De naar de woestijn gevluchte hogepriester Mattatias verzamelde een groot aantal strijdvaardige aanhangers om zich heen en deze groep vernoemde zich naar een van de voorvaderen van Mattatias, Hasmon. Na de dood van Mattatias namen zijn zonen Judas, Jonathan en Simeon de leiding van de opstand van de Hasmonee�n over. Met name Judas, bijgenaamd de Makkabee�r, toonde zich een uitmuntend militair en veroverde in 164 v.Chr. Jeruzalem op de Seleuciden. De Seleuciden formeerden nu een groot leger en probeerden het verloren terrein te herwinnen en boden de Hasmonee�n vrede en vrijheid van godsdienst aan. Judas vocht echter door, maar sneuvelde in 160 v.Chr. Zijn broer Jonathan volgde hem op maar hij werd wegens politieke motieven in 143 v.Chr. vermoord.
Hierna nam de derde broer, Simeon, de touwtjes in handen en hij wist een bestand met de Seleuciden te sluiten. In ruil daarvoor werd hij tot hogepriester benoemd en werd aanvoerder van de joden met een redelijke mate van zelfstandigheid. In 140 v.Chr. werd de erfelijkheid van dit ambt officieel bekrachtigd en was de dynastie van de Hasmonee�n definitief gevestigd en het land kreeg de naam Isra�l. In 134 v.Chr. werd Simeon door een familielid omgebracht, maar het lukte zijn zoon, Johannes Hyrcanus I, om de opstand neer te slaan en zelf de troon te bestijgen. De Seleuciden begonnen weer een oorlog maar deze liep op niets uit, integendeel, Isra�l breidde langzaam maar zeker haar invloedssfeer uit.
Na de dood van Johannes volgde een bloedige familiestrijd om de opvolging en uiteindelijk kwam Alexander Jannai aan de macht, een zoon van Johannes. Onder diens bewind werden de kuststeden van Galilea veroverd en ook gebieden ten oosten van de Jordaan.

Romeinen


Na de dood van Alexander volgde er weer een opvolgingsstrijd, waarvan de Romeinen profiteerden. Zij waren na het ineenstorten van de Seleucidische rijk de grote macht in deze regio geworden, en maakten van Syri� en Palestina de Romeinse provincie Syria. Na de dood van de machtige keizer Caesar in 47 v.Chr. raakte het gebied in een burgeroorlog en werd bovendien vanuit het oosten aangevallen door de Parthen.
Zijn zoon Herodes werd tot koning van Palestina uitgeroepen hij wist in 37 v.Chr. zijn rijk en Jeruzalem weer terug te veroveren. De meeste leden van de Hoge Raad der Isra�lieten, het Sanhedrin, werden door hem terechtgesteld. Herodes zorgde voor een lange periode van vrede met het buitenland, maar was voor zijn onderdanen een zeer hardvochtig man, die hem dan ook haatten. Hij werd daardoor steeds achterdochtiger en de waanzin sloeg toe toen hij zelfs leden van zijn eigen familie liet vermoorden.Toen Herodes in 4 v.Chr. eindelijk op 69-jarige leeftijd stierf, ging er een zucht van opluchting door Isra�l.
Drie zonen van hem regeerden tot 44 n.Chr. over zijn rijk, waarna het land verder geregeerd werd door Romeinse procurators, die echter meer uitwaren op het verrijken van zichzelf, waardoor de corruptie hoogtij vierde. In mei 66 brak er een opstand uit en de joden wisten de Romeinen uit verschillende steden te verdrijven. In de zomer van 67 trokken de Romeinen het land weer binnen, Flavius Vespasianus vanuit het noorden en zijn zoon Titus vanuit het zuiden. Net voordat Vespasianus Jeruzalem innam bereikte hem het bericht dat keizer Nero ten val was gebracht, waarna Vespasianus tot keizer werd uitgeroepen.
In 70 wist Titus uiteindelijk Jeruzalem te veroveren. In 132 volgde er onder leiding van Simeon Bar Kochba een opstand tegen de Romeinen en de joden veroverden in snel tempo het hele land. Alleen de regent in Brittanni�, Julius Serverus, wist de opmars van de joden te stoppen door ze met gelijke munt terug te betalen.De beslissende slag werd in 135 door hem gewonnen, en onder de joden werden 600.000 slachtoffers geteld, evenals duizenden Romeinse soldaten.

Byzantijnse en Arabische rijk


In 324 werd de christen Constantijn de alleenheerser van het Romeinse Rijk en hij liet overal waar Jezus was geweest, kerken bouwen. Ook een van zijn opvolgers, keizer Justinianus (527-565), volgde deze politiek en veel pelgrims brachten welvaart naar het land. In 529 kwamen de Samaritanen in opstand en in 614 trokken de Perzen plunderend door Palestina.
Tussen 634 en 644 werd het gehele Midden-Oosten, inclusief Palestina, veroverd door Kalief Omar I. De Palestijnen hadden hieronder echter niet veel te lijden, want de islam was een tolerante godsdienst. Vanaf 750 regeerden de Abbasiden vijfhonderd jaar lang vanuit Bagdad over Palestina. Jeruzalem groeide in die tijd uit tot de op een na belangrijkste stad voor de moslims. Vanaf 905 werden de Abessiden bedreigd door de Fatamiden en door de Byzantijnen. Kerken en kloosters werden platgebrand door sultan Hakim van de Fatamiden. In 1021 werd Hakim vermoord, waarna er een korte periode van rust volgde. Rond 1070 werd Palestina veroverd door de Turken.

Kruistochten


Op 27 november 1095 riep de toenmalige paus Urbanus op tot een kruistocht om de heilige plaatsen in Palestina te bevrijden van de �ongelovige� moslims. Uiteindelijk zou de periode van de kruistochten meer dan twee eeuwen duren en kostte miljoenen mensen het leven. In juli 1099 werd Jeruzalem veroverd met nog nooit vertoonde moordpartijen op zowel moslims als joden, mannen en vrouwen, kinderen en bejaarden. Grote namen in verband met de kruistochten waren Robert Curthose, Raymond van Toulouse, Bohemund van Tarente en Godfried van Bouillon. In 1100 overleed de laatste en zijn broer Boudewijn liet zich tot koning van Jeruzalem kronen. Boudewijn stierf in 1118 en werd opgevolgd door een familielid, Boudewijn II, onder wiens regeerperiode de kloosterorden van de Tempeliers en de Johannieters werden opgericht.
De moslims voerden de strijd tegen de christenen verder op en zelfs Boudewijn werd gevangen gnomen. Na het betalen van losgeld lieten ze hem vrij, maar in 1131 stierf hij en werd opgevolgd door zijn schoonzoon Fulco van Anjou. In 1144 werd Jeruzalem veroverd door de Saracenen en opnieuw kwam er van de paus een oproep tot een kruistocht tegen de moslims. Deze kruistocht, onder leiding van koning Lodewijk VII van Frankrijk en keizer van Duitsland Koenraad III, mislukte echter volledig, en de moslimstaten in het Midden-Oosten werden steeds sterker. Saladin, op dat moment sultan van Egypte, veroverde in 1187 praktisch alle burchten en steden van de kruisvaarders en op 2 oktober 1187 werd Jeruzalem ingenomen.
Opnieuw werd een kruistocht gehouden, ditmaal onder leiding van Richard Leeuwenhart van Engeland, Filips August van Frankrijk en Frederik Barbarossa van Duitsland. Ondanks de dood van Frederik Barbarossa rukten de beide anderen op naar het Heilige Land en boekten aanvankelijk wat successen. Het lukte Richard Leeuwenhart zelfs om het leger van Saladin in de pan te hakken en hij wilde daarna Jeruzalem weer veroveren. Voordat het zover was, stelde Saladin een vredesverdrag voor en vrije toegang tot alle heilige plaatsen. Richard stemde daar in 1192 mee in en keerde terug naar Engeland. Er volgden nog vier kruistochten, maar in 1244 werd het koninkrijk Jeruzalem definitief door de moslims veroverd. In 1271 verlieten de laatste christenen Palestina, alleen de stad Akko werd nog tot 1291 bezet.

urkse overheersing en Britten krijgen mandaat over Palestina


Na de kruistochten behoorde Palestina tot het rijk van de Mamelukken, die vanuit Ca�ro het rijk bestuurden. De Mamelukken werden in 1516 bij Aleppo verslagen door de Osmaanse sultan Selim en daarmee begon de 400-jarige overheersing van de Turken in het Midden-Oosten. Palestina speelde gedurende lange tijd geen enkele rol meer op het internationale toneel, en kwam pas ten tijde van de Franse keizer Napoleon Bonaparte weer in beeld. Met steun van de Britten kon Napoleon echter buiten Palestina gehouden worden. In 1874 stichtten de joden het Palestine Exploration Fund op, in 1878 gevolgd door de stichting van de eerste landbouwnederzetting. Weer vier jaar later kwam de eerste immigratiegolf op gang vanuit Oost-Europa. In 1896 schreef Theodor Herzl het boek �De joodse staat�, waarin gepleit werd voor de oprichting van een joodse staat in Palestina. Herzl zou daarmee de grondlegger van het zionisme worden, de joods-nationale beweging die als doel heeft de terugkeer van het joodse volk naar het Heilige Land (in feite de heuvel Zion).
In 1901 werd door Chaim Weizmann het Joods Nationaal Fonds opgericht, dat geld spendeerde voor het aankopen van land. Tussen 1904 en 1914 kwamen er weer veel immigranten naar Palestina, en de Palestijnen werden langzamerhand achterdochtig toen steeds meer land in handen van de joden viel en de vestiging van een joodse staat steeds dichterbij scheen te komen. In 1908 vielen Arabieren voor het eerst joodse dorpen aan. In november 1917 volgde de Balfour-declaratie, waarin Groot-Brittanni� verklaarde dat zij de vorming van een joodse staat in Palestina ondersteunde. Frankrijk had enige tijd eerder al te kennen gegeven welwillend tegenover deze ontwikkelingen te staan. In april 1920 kregen de Britten het mandaat over Palestina en het land werd weer overspoeld met immigranten. Daarop riep de groot-moefti van Jeruzalem op tot een heilige oorlog tegen de joden en waren onlusten aan de orde van de dag. De Britten stelden zich nu veel voorzichtiger op, bang als ze waren om het bondgenootschap van de Arabieren op het spel te zetten. Hiermee kwam er voorlopig een einde aan de droom van de joden voor een eigen staat, want op eigen houtje dit te bereiken was natuurlijk een illusie. Toch werkten de joden intern steeds verder toe naar een joodse staat, maar ook de Arabieren kregen steeds meer een nationaal bewustzijn. Hierdoor verdiepte de kloof tussen de joden en de Arabieren steeds meer en het aantal gewelddadige botsingen tussen de twee volken nam steeds meer toe. De Britten, die het gebied nog steeds onder mandaat hielden, stonden steeds meer aan de kant van de Arabieren en draaiden de joden de duimschroeven aan.

Tweede Wereldoorlog


In 1933 werd de macht in Duitsland overgenomen door de nazi�s en dat was het sein voor tienduizenden joden om naar Palestina te immigreren. Dit leverde weer zeer veel problemen op met de Arabieren en net voor het begin van de Tweede Wereldoorlog kondigden de Bitten een immigratiestop aan, ondanks de wetenschap dat de joden het in Duitsland zeer moeilijk hadden. Toch kwamen er in het geheim nog vele joden het land binnen en werd er steeds meer verzet geboden tegen zowel de Britse mandaattroepen als de Arabieren. Ondertussen woedde in Europa de Tweede Wereldoorlog en werd praktisch het gehele Europese jodendom uitgemoord door de nazi�s van Adolf Hitler. Ca. 6 miljoen joden werden in concentratiekampen systematisch vermoord, de meeste in gaskamers. Een relatief kleine groep wist zich uit de klauwen van de nazi�s te redden, met name in landen als Finland, Denemarken, Itali� en Bulgarije.

Gedurende de oorlog kwamen de Britten steeds meer onder vuur te liggen in Palestina. Geheime organisaties pleegden aanslagen op Britse doelen en vermoordden Britse politieagenten en militairen. Op 14 februari 1947 verklaarden de Britten dat ze het Arabisch-joodse probleem niet langer onder controle hadden en riepen de hulp van de Verenigde Naties in. Op 29 november 1947 stemde de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties in met de verdeling van Palestina in een joodse en een Arabische staat. Veel Arabieren waren tegen dit verdelingsplan en de moefti van Jeruzalem riep zelfs op om de joodse staat de totale oorlog te verklaren.

De staat Isra�l


Onmiddellijk ontstond er een burgeroorlog tussen Arabieren en joden, waarbij de joden de overhand begonnen te krijgen. Onder de indruk van het bloedige conflict en de tegenwerking van Groot-Brittanni� wilden de Verenigde Naties het delingsbesluit ongedaan maken, maar het inmiddels gevormde Voorlopige Bestuur van de joodse gemeenschap, die 600.000 zielen telde, riep op 14 mei 1948 de joodse staat Isra�l uit en kwam er een einde aan het 26 jaar oude Britse mandaat over Palestina.

Als reactie daarop rolden nauwelijks enkele uren later tanks van Egypte, Transjordani�, Syri�, Libanon en Irak richting Isra�l; de Onafhankelijkheidsoorlog was begonnen. Hoewel er nog een Amerikaans bemiddelingsplan werd gelanceerd, trok Isra�l ten strijde tegen de vijand. Met een onderbreking van een maand duurden de gevechten voort tot begin 1949, toen er onder bemiddeling van de VN wapenstilstandsverdragen werden gesloten op het eiland Rhodos, met Egypte, Libanon, Jordani� en Syri�. Door uitgebreide wapenleveranties had Isra�l echter zo�n overwicht opgebouwd dat er zelfs gebieden veroverd werden die tot op heden nog steeds Isra�lisch grondgebied zijn. Arabische Palestijnen vluchtten met duizenden tegelijk naar de buurlanden en begin 1949 had 80% het land verlaten of was door de Isra�lische troepen het land uitgezet. Zij waren gedwongen zich te vestigen in vluchtelingenkampen in Jordani� (inclusief voor 1967 de Westelijke Jordaanoever), Libanon en de door Egypte ingelijfde Gazastrook. Joden uit de hele wereld maakten net de omgekeerde reis; met name uit de Sovjet-Unie en uit de Arabische landen emigreerden honderdduizenden joden naar Isra�l om te helpen met het opbouwen van het land. Vanuit de Arabische buurlanden werden terroristen (�fedajin�) ingezet om het leven in Isra�l te ontregelen. Dit kostte ca. 1300 Isra�li�s het leven en Isra�l reageerde elke keer met vergeldingsacties. Dit patroon zou tot op de dag van vandaag het lot zijn van het Isra�lische en Palestijnse volk.

Isra�ls eerste minister-president en jarenlang de dominerende figuur was David Ben-Goerion (1948-1953; 1955-1963). Hij was de leider van de grootste partij, de socialistische Mapai. Onder Ben-Goerion begon de staatsvorming. Industrialisatie en mechanisatie van de landbouw zorgden voor een welvaartsstaat naar westers voorbeeld.

vervolg op rechterkolom

  vervolg van linkerkolom

Het belangrijkste probleem voor Isra�l bleef de verhouding tot de Arabische staten. Vooral na de revolutie in Egypte (1952) begon de situatie dreigend te worden, omdat de Egyptische president Nasser ernaar streefde de nederlaag van 1948 ongedaan te maken. In 1955 nam de spanning verder toe door onder ander wapenleveranties aan Egypte uit communistische landen, de militaire verbonden tussen Egypte en Arabische landen en het sluiten van het Suezkanaal in 1956. Isra�l werd door Frankrijk en Groot-Brittanni� aangezet om een oorlog tegen Egypte te beginnen. De Sina� werd in zes dagen ingelijfd, maar Isra�l werd onder druk van de Verenigde Staten gedwongen dit gebied niet definitief in te nemen. In maart 1957 trok Isra�l zijn troepen dan ook terug. De situatie in de regio werd nu zeer gecompliceerd en tevens toneel van de Koude Oorlog, waarin de Arabische staten gesteund werden door de Sovjet-Unie en Isra�l door de Verenigde Staten en West-Europese landen.
In 1960 raakte premier Ben-Goerion in conflict met een groot aantal partijgenoten, wat in 1963 leidde tot zijn aftreden. Hij werd opgevolgd door de minister van Financi�n Levi Esjkol (1963-1969).
In 1964 werd de Palestine Liberation Organization opgericht (PLO). Zij wezen de wereldgemeenschap op het grote Palestijnse vluchtelingenprobleem, maar Isra�l was gewoon niet te vermurwen om vluchtelingen te laten terugkeren naar hun oude vaderland. Aan de andere kant vormden de vele vluchtelingen in de landen waar ze verbleven een steeds grotere bron van problemen.

Zesdaagse Oorlog en Yom Kippoer Oorlog

In de zomer van 1967 voerde Isra�l een preventieve oorlog tegen de Arabische buurlanden en bezette tijdens de zogenaamde Zesdaagse Oorlog (5-10 juni, ook wel Juni-oorlog genoemd) de Syrische Golanhoogte, de Jordaanse Westbank, het Egyptische Sina�-schiereiland met de Gazastrook en Oost-Jeruzalem. Onder leiding van de legendarische Mosje Dayan behaalden de Isra�li�s een eclatante overwinning op de Arabische buren. Op 10 juni 1967 werd door bemiddeling van de Veiligheidsraad het vuren gestaakt, waarmee een eind kwam aan de Zesdaagse Oorlog.
Op 22 november 1967 nam de Veiligheidsraad resolutie nr. 242 aan die uitging van terugtrekking door Isra�l uit de door dit land bezette gebieden, maar Isra�l weigerde zich uit de bezette gebieden terug te trekken en installeerde een militair bestuur. De Arabische staten weigerden Isra�l te erkennen en na 1967 werd Isra�l geteisterd door Palestijnse terroristen die opereerden vanuit Jordani� en Libanon. Vergeldingsacties werden ook uitgevoerd op Egyptisch grondgebied, waarop Egypte voorstellen tot vredesonderhandelingen deed, die echter door Isra�l werden afgewezen. In oktober 1973 trokken Egypte en Syri� ten aanval en boekte aanvankelijk succes in deze zogenaamde Yom Kippoer-oorlog. Isra�l sloeg echter terug en daarop zorgden de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie voor een wapenstilstand. Diplomatieke onderhandelingen tussen de Egyptische president Anwar as-Sadat, de Amerikaanse bemiddelaar Henry Kissinger en de Isra�lische premier Golda Me�r (die in februari 1969 de overleden Esjkol was opgevolgd) werden zo gevoerd dat het leek alsof Egypte als overwinnaar uit de strijd was gekomen. In maart 1974 vormde mevrouw Golda Meir een nieuwe coalitieregering; in april echter kondigde zij haar aftreden aan. Generaal Rabin werd premier van een nieuw coalitiekabinet met als ministers onder andere Sjimon Peres en Jigal Allon.

Vredesverdrag tussen Isra�l en de Palestijnen!


In de loop van 1974 werden met Egypte en Syri� troepenscheidingsakkoorden gesloten, waarbij Isra�l zich terugtrok uit de gebieden die het in de Oktoberoorlog had bezet en ook een gedeelte van de Sina� prijsgaf.
Intussen geraakte Isra�l, vooral door de hantering van het 'oliewapen' door de Arabische landen, in toenemende mate ge�soleerd en werd ook betrokken in de Libanese burgeroorlog door de vergeldings- en preventieve acties op Libanees grondgebied tegen de daar verblijvende Palestijnen.
In 1977 werden de parlementsverkiezingen gewonnen door de conservatieve Likoedpartij onder Menachem Begin. De oorlog had ondertussen een economische crisis tot gevolg, die zelfs leidde tot emigratie. Bij gemeenteraadsverkiezingen in 1976 stemde de Palestijnse bevolking massaal op de PLO, terwijl de Isra�lische Palestijnen zich in toenemende mate solidair verklaarden met de Palestijnen in de bezette gebieden. In november 1977 kwam president Sadat van Egypte op bezoek bij Begin en hij stelde een vredesregeling voor. In 1978 kwam er onder bemiddeling van de Amerikaanse president Carter te Camp David (-akkoorden) zicht op een vredesverdrag tussen Isra�l en Egypte. In maart 1979 kwam dit vredesverdrag daadwerkelijk tot stand, maar het steeds maar weer stichten van nederzettingen in de bezette gebieden voorkwam een verdere toenadering. In augustus 1980 nam het Isra�lische parlement een wet aan waarbij Jeruzalem tot de ene en ondeelbare hoofdstad werd verklaard. De verkiezingen van 30 juni 1981 werden gewonnen door het Likoedblok, en begin kon zijn tweede kabinet gaan vormen. In 1981 werd ook het nederzettingenbeleid ge�ntensiveerd en op 14 december werd de Hoogvlakte van Golan geannexeerd, ondanks veel internationale kritiek.
Ondanks een stilzwijgend bestand met de PLO in Libanon trokken Isra�lische troepen na een aanslag op de Isra�lische ambassadeur in Londen op 6 juni 1982 met veel vertoon van macht Zuid-Libanon binnen en belegerden zelfs de hoofdstad Beiroet. Ondanks de aftocht van de PLO-strijders, kreeg Isra�l ook binnenlands veel kritiek te verwerken, zeker na de moordpartijen door Libanese bongenoten in de Palestijnse kampen Sabra en Chatila in september 1982.
In augustus 1983 trad premier Begin af en nam zijn minister van Buitenlandse Zaken Jitschak Sjamir de leiding van het kabinet over. Vervroegde verkiezingen in maart 1984 leverden een regering van 'nationale eenheid' op, waarin eerst de socialist Sjimon Peres (1984-1986) en vervolgens Likoedleider Sjamir (1986-1988) premier zouden zijn. Deze regering besloot in juni 1985, afgezien van de veiligheidszone, tot een volledige terugtrekking uit Libanon. Met een diep ingrijpend saneringsbeleid wist dit kabinet de beroerde economische toestand te verbeteren.
In 1984 kwamen via een geheime luchtbrug 10.000 joden of Falasha�s uit Ethiopi� naar Isra�l.

Eerste Intifada


Groeiende onrust in de bezette gebieden werd door Isra�l beantwoord met harde strafmaatregelen, deportaties, verschijningsverboden en schoolsluitingen. Naast PLO-aanhangers manifesteerden zich ook steeds meer islamitische fundamentalisten, waaronder de Hamas-beweging. Op 8 december 1987 brak in de Gazastrook en de Westelijke Jordaanoever de Palestijnse opstand of Intifada uit. Ondanks harde maatregelen bleek het leger niet in staat hieraan het hoofd te bieden en de groeiende verdeeldheid hierover in Isra�l zelf kwam tot uiting bij de verkiezingen van 1 november 1988, waarbij zowel het Likoedblok als de Arbeiderspartij zetels verloren aan radicale partijen ter rechter- en linkerzijde.
Ondertussen bleef de nauwe strategische, politieke en economische samenwerking met de Verenigde Staten bestaan, maar ook met de Sovjet-Unie en andere communistische landen in Oost-Europa werden in de jaren tachtig geleidelijk de banden hersteld, wat tot uiting kwam in onder andere een toenemende immigratie van Russische joden.

Tweede Golfoorlog



Eind 1989 deden Egypte onder Moebarak en de Verenigde Staten tevergeefs pogingen de impasse in het overleg over de bezette gebieden te doorbreken. Op 15 maart 1990 kwam het kabinet Sjamir-Peres ten val en pas na een moeizame kabinetsformatie wist Sjamir uiteindelijk in juni 1990 een coalitie te vormen van zijn Likoedblok met een aantal religieuze en nationalistische partijen.
Na het begin van de Tweede Golfoorlog op 17 januari 1991 probeerde Irak Isra�l bij de strijd te betrekken door Isra�lische steden met Scudraketten te bestoken, waarbij enige doden vielen, maar voornamelijk materi�le schade werd aangericht. Onder druk van de Amerikaanse regering besloot Isra�l de aanvallen niet te beantwoorden teneinde de anti-Iraakse coalitie niet in problemen te brengen.
Na de oorlog, februari 1991 laaide de Intifada weer op. Mede onder druk van de Amerikanen nam Isra�l eind 1991 deel aan een vredesconferentie over het Midden-Oosten in Madrid. De Palestijnen die deel uitmaakten van de Palestijns-Jordaanse delegatie, kregen bij hun terugkeer een heldenontvangst.

Periode Rabin


Op 13 juli 1992 werd Sjamir vervangen door Jitschak Rabin. De regering-Rabin ging contacten met de PLO niet uit de weg, wat op 13 september 1993 in Washington resulteerde in een akkoord over beperkt Palestijns zelfbestuur in Gaza en Jericho. Door dit Akkoord van Oslo werden mogelijkheden geschapen voor een verbetering van de relatie met Syri�, Jordani� en Libanon. In 1995 volgde het Oslo-2-akkoord, dat voorzag in een gefaseerde Isra�lische terugtrekking uit de belangrijkste steden op de Westelijke Jordaanoever.
In maart 1993 koos de Knesset Ezer Weizman van de Arbeiderspartij tot president als opvolger van Chaim Herzog. Midden 1994 tekenden de Isra�lische premier Rabin en koning Hoessein van Jordani� de �Verklaring van Washington�, waarbij formeel een einde kwam aan de staat van oorlog tussen beide landen. De onderhandelingen met Syri� daarentegen bleven moeizaam verlopen, met als voornaamste struikelblokken de veiligheidsmaatregelen bij een Isra�lische aftocht uit de Golanhoogte en de 'diepte' van de te sluiten vrede. Bij confrontaties tussen het Isra�lische leger en zijn bondgenoot, de South Lebanese Army (SLA), enerzijds en sji'itische Hezbollah-strijders en Palestijnen anderzijds vielen ook in 1995 weer tientallen doden.

Periode Netanyahu


In november 1995 werd premier Rabin in Tel Aviv vermoord door een jonge Isra�lische nationalist. Hij werd opgevolgd door Sjimon Peres, die het vredesproces voortzette. Peres leed eind mei 1996 bij de parlementsverkiezingen en bij de eerste directe verkiezing van een nieuwe premier een zeer kleine nederlaag tegen Likoedleider Benjamin Netanyahu. Netanyahu vormde een rechtsreligieuze coalitieregering en beloofde het vredesproces met de PLO en de Arabische landen voort te zetten. Bij de eerder in 1996 gehouden verkiezingen voor een Palestijnse Raad en een Palestijnse president, werd Arafat met ruime meerderheid tot president gekozen.
In de loop van 1996 ontstond in Isra�l grote politieke verdeeldheid over het vredesproces. De oorzaken daarvan waren de zelfmoordaanslagen van de Hamas en het beleid van Netanyahu, die de vrede-voor-landfilosofie van Rabin en Peres terzijde schoof en op basis van een vrede-voor-veiligheidstrategie de onderhandelingen met de PLO onder grote buitenlandse druk schoorvoetend voortzette.
Netanyahu kondigde de bouw van nieuwe joodse nederzettingen aan en weigerde aanvankelijk in te stemmen met de terugtrekking van het Isra�lische leger uit Hebron, waarover begin 1997 na Amerikaanse druk alsnog overeenstemming werd bereikt. De spanningen tussen Isra�l en de PLO liepen snel op en ook de fragiele relatie met de Arabische landen werd door de harde Isra�lische standpunten op de proef gesteld.
Het vredesproces kwam verder in het gedrang toen Netanyahu in februari 1997 de bouw aankondigde van de joodse woonwijk Har Homa in Oost-Jeruzalem. Bovendien werd in september van dat jaar begonnen met de bouw van nieuwe joodse nederzettingen in Efrat, op de Westelijke Jordaanoever. Zelfs de Verenigde Staten keurden in oktober 1997 openlijk het beleid van de regering-Netanyahu af, en binnen de Arabische wereld en de Europese Unie nam het ongenoegen toe over de Isra�lische nederzettingspolitiek. In november werd het overleg hervat tussen Isra�l en Palestijnse delegaties over de verdere uitwerking van de gebiedsoverdracht. In Isra�l kreeg Netanyahu het zwaar te verduren door onder andere een beschuldiging wegens corruptie en een mislukte moordaanslag op een Hamas-leider door de Isra�lische geheime dienst. Ook groeide in Isra�l zelf het verzet tegen de Isra�lische aanwezigheid in Libanon, waar het leger verschillende aanvallen uitvoerde op de pro-Iraanse Hezbollah. In juni 1997 koos de Arbeiderspartij Ehud Barak tot partijleider, als opvolger van Sjimon Peres. In de Palestijnse Autonome Gebieden (Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook) verslechterde de leefsituatie aanzienlijk door de strafmaatregelen van Isra�l naar aanleiding van de bomaanslagen door Hamas. 70.000 Palestijnen konden door de grenssluitingen niet naar hun werk. Ook de Palestijnse leider Arafat verloor aan prestige door het vastlopen van het vredesproces en de toenemende corruptie in Palestijnse kring. In april deed de Britse premier Blair als voorzitter van de Europese Unie een poging het vredesproces weer vlot te trekken.
Amerikaanse druk op Netanyahu leidde uiteindelijk tot het akkoord van Wye Plantation dat onder leiding van de Amerikaanse president Clinton en met hulp van de zieke Jordaanse koning Hoessein in oktober 1998 werd gesloten door Arafat en Netanyahu. Het akkoord hield in dat Isra�l zich uit 13,1 procent van de Westelijke Jordaanoever zou terugtrekken, en Arafat op zijn beurt, beloofde harder op te treden tegen terroristische aanslagen van Hamas en was ook bereid om het Palestijns Handvest te herzien. Het Isra�lische nederzettingenbeleid was ook nu weer spelbreker en stond bleek de uitvoering van Wye Plantation in de weg.

Periode Barak


Eind 1998 viel Netanyahu�s kabinet, maar de Likoed koos Netanyahu opnieuw tot kandidaat-premier en lijsttrekker. Als reactie daarop keerden verschillende Likoed-kopstukken de partij de rug toe. De spanningen tussen ultra-orthodoxe en seculiere joden in Isra�l liepen begin 1999 hoog op.
De grote verliezer van de parlementsverkiezingen van medio mei 1999 was de Likoedpartij te zien; een grote winnaar was de ultra-orthodoxe Shaspartij, die 10 zetels won. De Arbeiderspartij bleef, ondanks fors zetelverlies. Netanyahu trok zich na de uitslag onmiddellijk terug als premier en de nieuwe premier werd Ehud Barak van de Arbeiderspartij. Netanyahu trad ook nog af als partijleider en werd opgevolgd door Ariel Sjaron.
Tijdens zijn campagne had Barak beloofd het vredesproces met Syri� en de Palestijnen weer vlot te trekken, en hij deed de concrete toezegging dat onder zijn bewind het Isra�lische leger binnen ��n jaar Libanon verlaten zou hebben. Barak beloofde voorts dat over de teruggave van de Golan aan Syri� en terugtrekking van het Isra�lische leger uit Zuid-Libanon een referendum de doorslag zou geven.
Direct na de be�diging van zijn kabinet begon Barak onderhandelingen met de Palestijnen. Na interventies van de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Albright, en de Egyptische president, Moebarak, sloten Barak en Arafat op 4 sept. 1999 een nieuw akkoord. In dit 'Wye-2' verplichtte Isra�l zich ertoe dat 18,1% van bezet land op de Westelijke Jordaanoever in drie fases onder Palestijns gezag zou komen en dat ten minste 350 Palestijnse gevangenen zouden worden vrijgelaten. De belangrijkste toevoeging in Wye-2 was een blauwdruk voor een alomvattende vrede tussen Isra�l en de Palestijnen, die op 13 februari 2000 afgerond zou moeten zijn en de basis moest vormen van een definitieve vredesregeling in september 2000. Hierna begon Isra�l met de uitvoering van het akkoord. In twee fases werden 350 Palestijnse gevangenen vrijgelaten en op 4 oktober 1999 werden protocollen voor de verbindingsweg tussen Gaza en Hebron ondertekend. In januari 2000 werd tussen Isra�l en de Palestijnen een akkoord gesloten over de overdracht van land op de Westelijke Jordaanoever.
De onderhandelingen voor de vrede verliepen echter slecht, en vooral de status van Jeruzalem was een teer punt. Uit protest tegen de voortgaande bouw van joodse nederzettingen staakten de Palestijnen de onderhandelingen begin december, maar een geheime topontmoeting tussen Barak en Arafat bracht het vastgelopen vredesproces weer op gang.
In december 1999 bereikten Isra�l en Syri� overeenstemming over vredesonderhandelingen en maakten afspraken over teruggave van de Golan in ruil voor vrede, en de terugtocht van Isra�l uit Zuid-Libanon in ruil voor Syrische inspanningen om Hezbollah aan banden te leggen. Half april 2000 voltooide Isra�l de terugtrekking van troepen uit Libanon.
Isra�l ontving in het begin van 2000 de paus ook de Chinese president bezocht het land.

Periode Sharon


De coalitie van Barak viel medio 2000 uit elkaar als gevolg van meningsverschillen tussen de regeringspartijen over de binnenlandse en buitenlandse politiek. Nieuwe verkiezingen vonden in februari 2001 plaats en leverden een grote overwinning op voor de Likoedpartij van Ariel Sharon.
Naar aanleiding van meningsverschillen tussen Likoed en de Arbeiderspartij vonden in januari 2003 opnieuw verkiezingen plaats. De Arbeiderspartij verloor deze verkiezingen terwijl de centrum-rechtse partij Shinui sterk groeide. In maart 2003 had Sharon een nieuw kabinet gevormd, bestaande uit Likoed, Shinui, de Nationale Religieuze Partij en de Nationale Unie, samen goed voor 68 van de 120 zetels in de Knesset.
Na de verkiezingen leek Sharon een wat mildere koers te varen. Begin februari voerde hij zelfs besprekingen met gematigde Palestijnen. Ondertussen voerden de Verenigde Staten, de Verenigde Naties, de Europese Unie en Rusland de druk op beide partijen op. Men stelde een �routekaart� op voor een allesomvattende vrede in het Midden-Oosten. In de loop van 2003 en begin 2004 zorgden vele bloedige aanslagen ervoor dat er van alle goede bedoelingen weinig terecht kwam.

Na 38 jaar bezetting voltooide Isra�l op 22 augustus 2005 de ontruiming van zijn 22 nederzettingen in de Palestijnse Gazastrook. Twee weken eerder dan gepland en vreedzamer dan verwacht verlieten alle ongeveer 8500 kolonisten het gebied.

Doordat de religieuze partijen het hier niet mee eens waren viel de regering van Sharon echter en Sharon richtte zijn eigen politieke partij op, Kadima geheten. In 2006 raakte Sharon in een diepe coma en na een overgangsperiode werd Ehud Olmert de nieuwe premier. De verkiezingen in de Palestijnse gebieden in 2006 werden gewonnen door de fundamentalistisch-islamistische Hamas. Dit leidde tot een economische en politieke boycot van de Palestijnse Autoriteit door Isra�l, de VS en de EU die Hamas als een terroristische organisatie aanmerken. Na een aanval door de Libanese beweging Hezbollah op een Isra�lische grenspost waarbij drie Isra�lische soldaten werden gedood en twee werden gevangengenomen en raketbeschietingen op Isra�lische doelen, begon het Isra�lische leger met een massale vergeldingsaanval op Libanon waarbij ruim 1100 Libanese doden vallen, het merendeel burgers.[26] In Noord-Isra�l komen 1500 katjoesjaraketten neer; Isra�l zag echter geen kans deze raketbeschietingen te stoppen. De Isra�lisch-Libanese oorlog van 2006 leidde tot grote binnenlandse problemen voor Olmert.

Ook in het zuiden van Isra�l wordt de bevolking geconfronteerd met voortdurende raketbeschietingen, ditmaal vanuit de Gazastrook dat door Hamas wordt gecontroleerd. Sderot heeft het hierbij het zwaarst te verduren.

In november 2007 werd in de Amerikaanse stad Annapolis een conferentie gehouden tussen Isra�l, de Palestijnse Autoriteit en diverse Arabische landen die ook vertegenwoordigers sturen. President Bush riep deze conferentie bijeen met het doel om voor het einde van 2008 een onafhankelijke Palestijnse staat te cre�ren.

In mei 2008 werd bekend dat Olmert van corruptie wordt verdacht. Een Amerikaanse zakenman van Joodse komaf genaamd Morris Talansky zou hem over een periode van vijftien jaar in totaal 150.000 dollar hebben gegeven. Olmert beweert dat het om bijdragen ging voor zijn verkiezingscampagnes maar de Isra�lische justitie denkt dat hij het geld in eigen zak heeft gestoken.