Monument Theo van Gogh beklad
|
THEO VAN GOGH 23 juli 1957 - 2 november 2004 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Dit artikel beschrijft de moord op Theo van Gogh, die op de ochtend van 2 november 2004 in de Amsterdamse Linnaeusstraat werd gepleegd door Mohammed Bouyeri.
Inhoud[verbergen] |
Op dinsdag 2 november 2004 fietste filmmaker, columnist en regisseur Theo van Gogh 's ochtends om half negen door de Linnaeusstraat te Amsterdam. Toen hij voorbij het stadsdeelkantoor Oost/Watergraafsmeer aan de Linnaeusstraat reed, werd hij door een andere fietser, Mohammed Bouyeri, onder vuur genomen. Van Gogh werd door acht kogels getroffen. Ook twee omstanders werden geraakt. Hierna sneed Bouyeri met een groot gekromd mes de hals van Van Gogh door en stak dit mes diep in diens lichaam. Van Gogh overleed ter plaatse. Met een kleiner fileermes werd een brief gericht aan Ayaan Hirsi Ali op zijn lichaam gestoken. Bouyeri gaf met enkele uitspraken direct een indruk van zijn motieven. Volgens twee getuigenverklaringen sprak hij kort na zijn daad een omstander aan:
Hierna liep Bouyeri rustig het nabijgelegen Oosterpark in.[1]
De moordenaar verliet het Oosterpark aan de Mauritskade en schoot doelbewust op politiemensen en -voertuigen, waarbij ��n agent gewond raakte. De politie schoot terug, trof hem in een been en slaagde er zo in hem te arresteren. De arrestant, Mohammed Bouyeri, was een 26-jarige moslimextremist met zowel de Nederlandse als de Marokkaanse nationaliteit. Op zijn lichaam werd een afscheidsbrief gevonden. In de uren na de moord arresteerde de Amsterdamse politie nog acht mensen in verband met de zaak. Bouyeri en de andere arrestanten werden er onder andere van verdacht deel uit te maken van de terroristische cel aangeduid met de naam Hofstadgroep.
Diezelfde avond werd ter nagedachtenis aan Van Gogh op de Dam in Amsterdam een luidruchtige wake gehouden, waaraan ongeveer 20.000 mensen deelnamen. Op 4 november 2004 publiceerden Theodor Holman en andere vrienden van Van Gogh een ironische reactie op de brief die op Van Goghs lichaam was achtergelaten ("Beste Mohammed en vrienden, Wat vervelend dat het zo gelopen is...").[2]
Van Gogh werd op 9 november 2004 gecremeerd op de begraafplaats De Nieuwe Ooster. De plechtigheid werd alleen met de vrienden en familie gehouden, maar werd rechtstreeks op de Nederlandse televisie uitgezonden.
Namens de premier ontvingen de ouders van Theo van Gogh een brief. Later spraken zij hun verdriet uit over het feit dat de premier hen niet had bezocht.
In binnen- en buitenland leidde de moord op Theo van Gogh tot verontwaardiging en omvangrijke media-aandacht.
Zowel Koningin Beatrix als premier Balkenende gingen naar aanleiding van de moord onder meer bij Marokkaanse jongeren op bezoek.
Op 9 november 2004 brandde in Uden een islamitische basisschool volledig uit. De brand werd aangestoken door jongeren uit de buurt. Op muren en ramen van het gebouw hadden zij leuzen aangebracht die verwezen naar de moord op Van Gogh. De volgende avond liepen naar schatting 6000 mensen mee in een stille tocht ter afkeuring van de brandstichting. Eerder die dag had premier Balkenende Uden bezocht en met ouders en leerlingen van de school gesproken.
Op 11 november 2004 verijdelde de politie in Venray een grote aanslag op een moskee. Eerder die nacht werd het gemeentehuis al beklad met racistische leuzen.
Op 13 november 2004 ging een houten moskee in het Limburgse Helden in vlammen op. De brand werd waarschijnlijk aangestoken door extreem-rechtse jongeren uit de buurt.[3]
De moord op Theo van Gogh, minder dan drie jaar na de moord op Pim Fortuyn, werd door veel mensen als een ernstige bedreiging van de vrijheid van meningsuiting in Nederland ervaren. In oktober 2005 vond 52% van de ondervraagden in een opinieonderzoek dat de moord op Van Gogh het vrije debat in Nederland had gestopt.[4]
Een onderzoeker van het Instituut Clingendael herleidde deze ontwikkeling nog verder tot een omslag na de aanslag op het WTC in New York in 2001.[5] Er was na de moord veel aandacht voor een mogelijk symbolisch verband tussen deze gebeurtenissen.[6][7]
Naar aanleiding van de moord verhevigde het debat rondom de integratie van allochtonen, de veiligheid van politici en het bestaansrecht van de dubbele nationaliteit.
De ministers Donner en Remkes raakten in discussie over de verantwoordelijkheid. Remkes verweet zijn collega gebrek aan voortvarendheid. Op donderdag 11 november 2004, negen dagen na de moord, debatteerde de Tweede Kamer in een spoeddebat over de moord op van Gogh. Naar aanleiding van de moord werd de wetgeving rond terrorisme verder aangescherpt.
Op 6 november 2004, 4 dagen na de moord op Van Gogh, pleitte minister Donner op een CDA-congres voor het aanscherpen van naleving van de Wet op de Smalende Godslastering (art. 147 WvS). Omdat een groot deel van de samenleving juist vond dat met de moord de vrijheid van meningsuiting in het geding was, diende Lousewies van der Laan een motie in voor afschaffing van deze wet. Dit voorstel werd echter behalve door de christelijke partijen ook verworpen door VVD'er Weisglas en de PvdA.
Mohammed Bouyeri handelde naar eigen zeggen uit geloofsovertuiging. Hij hangt een zeer extreme, maar ook uitzonderlijke interpretatie van de Koran aan. In de zomer van 2004 vertaalde hij de tekst "Verplichting van het doden van degene die de profeet [...] uitscheld [sic]" uit het boek As Sarim alMasloel 3la Satmie Arrasoel van de islamitische geleerde Ahmad ibn Tajmijja (1263-1328). Mohammed Bouyeri vindt dat in Nederland de strijd tegen de Islam via de media gevoerd wordt. In zijn ogen was Theo van Gogh een zogenaamde "Vijand van de Islam" die moest sterven. Hij zag zichzelf als een instrument van Allah en zocht bewust het vuurgevecht met de politieagenten om als martelaar te kunnen sterven. In zijn opvatting is een democratie in strijd met de wetten van Allah. Hij was er daarom ook bewust op uit om als terrorist de Nederlandse bevolking vrees aan te jagen en het politieke bestel te ontwrichten.[8]
Op de laatste dag van het proces verklaarde Bouyeri:
| "Ik kan hem [Theo van Gogh, red.] niet verdenken van enige hypocrisie, want hij was niet hypocriet. Dat was hij niet en ik weet dat hij uit overtuiging dingen zei... Dus het hele verhaal van dat ik mij beledigd zou voelen als Marokkaan of omdat hij mij geitenneuker zou hebben genoemd, dat is allemaal niet waar. Ik heb gehandeld uit geloof. En ik heb zelfs aangegeven dat als het mijn vader was geweest of broertje had ik precies hetzelfde gedaan."[9] |
Soumaya Sahla verklaarde tijdens haar proces op 30 oktober 2006 dat Bouyeri enkele weken voor de moord waarschijnlijk aanwezig was bij een omstreden preek van Jneid Fawaz, waarin deze onder meer luidkeels tot Allah bad om Ayaan Hirsi Ali en Theo van Gogh gruwelijke ziekten te bezorgen.[10]
De uitheemse, exotische vorm van het mes dat Bouyeri in het lichaam van Van Gogh had geplant, deed bij enkele leden van het bij de arrestatie van Bouyeri betrokken politieteam het vermoeden rijzen dat dit mogelijk een rituele moord was geweest. Twee rechercheurs zochten daarop contact met het nabijgelegen Tropenmuseum waar conservator David van Duuren, specialist op het gebied van Aziatische wapens, het mes kon identificeren als een kukri, het karakteristieke wapen van de Nepalese Gurkha's, die meestal hindoes zijn. Het was echter geen authentieke kukri maar een slecht gemaakte replica met een greep van kunststof en een zichtbaar handmatig bijgevijlde kling. Het mes zelf duidt dus niet op enige vorm van moslimfundamentalisme.
Op 11 juli 2005 hoorde Bouyeri een levenslange gevangenisstraf tegen zich eisen. Daarnaast eiste het Openbaar Ministerie dat zowel het actief als het passief kiesrecht van Bouyeri zou worden ingetrokken.[11]
De uitspraak van 26 juli 2005 was levenslang, maar Bouyeri behield zijn kiesrecht. De rechter nam in aanmerking dat er geen kans werd gezien voor resocialisatie en dat maximale bescherming van de Nederlandse samenleving het grootste belang was.[12] Noch het Openbaar Ministerie noch Bouyeri's advocaat Plasman ging in hoger beroep.[13]
Op 2 november 2005, precies ��n jaar na de moord, vonden er in Amsterdam verschillende herdenkingen plaats, met onder andere toespraken van Job Cohen en Jan Peter Balkenende op de plaats van de moord.
Ook in de kunst- en muziekwereld liet de moord zijn sporen na. Het hiphop-duo Lange Frans en Baas B bracht al direct na de moord een aangepaste versie uit van het nummer Zinloos, voor de gelegenheid uitgebreid met een extra couplet over Theo van Gogh.
Vlak voor de eenjarige herdenking komt de CD Les Nuits van de Amsterdamse groep de Nits uit met hierop 3 nummers over de moord die zich, naar dan blijkt, bijna pal voor de woning van de zanger van de Nits voltrok.
BNN zond de documentaire Prettig weekend, ondanks alles uit, waarin de journalist Stan de Jong het moordonderzoek analyseert en onder meer concludeert dat Mohammed Bouyeri een goede bekende van de AIVD moet zijn geweest.
Op 18 maart 2007 onthulde burgemeester Job Cohen in het Amsterdamse Oosterpark het monument De Schreeuw als een blijvende herinnering aan Theo van Gogh.
| Bronnen, noten en/of referenties: |
Onderdelen van dit artikel zijn verder gebaseerd op de volgende bronnen: |
Categorie�n: Aanslag | Moord | 2004