|
| The Who |
|---|
| Pete
Townshend en Roger Daltrey d.d. 5 juni 2007 |
The Who is een van de meest invloedrijke rockbands van de jaren zestig en zeventig van de twintigste eeuw en werd opgericht in 1964 in Londen, Engeland.
The Who groeide uit tot, wat vaak gezegd wordt, een van de grootste[1] en meest invloedrijke[2] rock 'n roll-bands ter wereld, en "wellicht de beste liveband ter wereld"[3], die in de hoogtijdagen bestond uit zanger Roger Daltrey, gitarist Pete Townshend, bassist John Entwistle en drummer Keith Moon. The Who is met uitzondering van de periodes tussen 1983 en 1988 en tussen 1990 en 1995 vrijwel continu op toernee geweest. Uitzonderingen h�erop zijn het overlijden van Keith Moon in 1978 (die achtereenvolgens vervangen werd door Kenney Jones, Simon Phillips en Zak Starkey) en de dood van John Entwistle in 2002 (waarvoor Pino Palladino sindsdien de honneurs waarneemt). Eind oktober 2006 maakte The Who een serieuze comeback, met hun album Endless Wire. Het is het elfde studioalbum dat de band uitbracht, maar het eerste sinds It's Hard uit 1982.
The Who is vooral bekend geworden onder het mom van rock-pioniers; uitvinders en grootverbruikers van de powerchords en niet te vergeten door Townshend's meesterstuk: de rockopera Tommy. De vroege mod-albums van de band - met korte, soms agressieve nummers erop - zijn goede voorbeelden van hoe The Who er uitzag: Pete Townshend met zijn leidende powerchords; Keith Moon met zijn explosieve drumwerk; John Entwistle met zijn virtuoze en sto�cijnse basloopjes en Roger Daltrey met zijn krachtige stem en rondvliegende microfoon. Deze albums zijn van grote invloed geweest op de ontwikkeling van de hardrock en de powerpop, terwijl de luidruchtige en agressieve concerten de weg vrijmaakten voor de komst van punkrock- en heavy metalbands, die op deze manier door The Who ge�nspireerd werden. Zo ontstaat langzamerhand het beeld dat veel mensen van The Who hebben: een gitarist die zijn gitaar in de versterker deponeert en een malloot van een drummer die later een torenhoge rekening gepresenteerd krijgt omdat alles aan stukken ligt.
Momenteel is The Who bezig met een wereldtournee, die begonnen is in juni 2006 en in juli 2007 zal eindigen.
The Who staat op nummer 8 van VH1's lijst van de 100 Grootste Hardrock-artiesten en op nummer 9 van hun lijst van de 100 Grootste Rock 'n Roll-artiesten.
1961 - 1970: T-t-t-talking 'bout My Generation en Tommy
In de 1961 werd in Londen de band The Detours opgericht door Roger Daltrey. In 1962 leerde hij ene John Entwistle kennen, die indertijd met Pete Townshend in een andere band, genaamd The Confederates, speelde. Toen de drie elkaar voor het eerst ontmoetten, was Daltrey leadgitarist bij The Detours en naar verluid de beste gitarist van de drie. Daltrey nam het initiatief en vroeg de twee om bij de band te komen. The Detours hadden nu Townshend als slaggitarist, Entwistle als bassist en Doug Sandom als drummer. Zanger Colin Dawson werd afgezet, waarna Daltrey zich hierop kon gaan concentreren en Townshend de leadgitaar in de hand nam. Later ontdekten de bandleden dat er al een andere band met de naam The Detours bestond, waarop zij hun naam veranderden in The Who: Maximum R & B of kortweg: The Who.
In 1964 veranderde, onder invloed van manager Peter Meaden, de naam tijdelijk in The High Numbers. Nadat hun eerste single (Zoot Suit/I'm A Face) flopte, werd de naam terugveranderd en werd Meaden aan de kant gezet. In het jaar 1964 kwam Keith Moon - na een optreden van The Who, waarna hij had gezegd: "...dat kan ik beter!" - in de band voor drummer Sandom, waarmee de klassieke bezetting gecompleteerd werd. Nadat Pete Townshend in datzelfde jaar zijn gitaar in een woedende bui kapot sloeg op het podium, hetgeen een ware mediahype ontlokte, raakte platenmaatschappij Decca in de band ge�nteresseerd.
De eerste single (I Can't Explain) werd een hit en diverse Amerikaanse tournees volgden. De optredens van The Who bleken een heus spektakel: Townshend zwaaide wild met zijn armen op zijn gitaar, sprong ermee in het rond en sloeg ze aan stukken op een versterker, Keith Moon trok - compleet gestoord - de hele tijd gekke gezichten terwijl hij drumde en het drumstel regelmatig aan diggelen sloeg en Roger Daltrey slingerde voortdurend zijn microfoon in het rond. Dit alles gepaard met de gecontroleerde, maar uiterst virtuoze basloopjes van Entwistle en een extreem hoog geluidsvolume, gaf hen later de reputatie van "Loudest rockband in the world".
Al snel bleek dat de band gevormd was rondom Townshend als primaire tekstschrijver. Er bleek frictie te zijn ontstaan tussen hem en Daltrey, omdat Townshend niet het soort muziek schreef dat Daltrey wilde zingen. De tweede grote hit, Anyway, Anyhow, Anywhere, is dan ook ��n van de weinige nummers die zij samen hebben geschreven. Grote bekendheid verwierven zij echter door hun album My Generation, dat zij in 1965 uitgaven. Het bestaat onder andere uit de nummers The Kids Are Alright en de titelsong My Generation, met de bekende lyric Hope I die before I get old. In 1966 gaf The Who de single Substitute uit, die duidelijk het schrijftalent van Townshend liet zien. Verder bracht The Who in 1966 hun tweede album uit, genaamd A Quick One. Deze plaat omvatte onder andere hun eerste mini-opera, genaamd A Quick One While He's Away. Het nummer kan opgevat worden als de introductie van de ouders van Tommy. In 1967 volgden nog andere hits, zoals de singles I'm A Boy (over een jongetje dat als een meisje opgemaakt wordt), Happy Jack (over een geestelijk gehandicapte jongeman), Pictures Of Lily (een eerbetoon aan masturbatie) en I Can See For Miles.
In datzelfde jaar verwoestte The Who tijdens een bekend optreden op het Monterey Pop Festival hun eigen instrumentale uitrusting op het podium en herhaalde dit tijdens het Smothers Brothers Comedy Hour, waar ze letterlijk een explosief optreden gaven, toen Keith Moon zijn drumstel opblies. Deze onstuimigheden hebben er toe geleid dat Pete Townshend voor het eerst met een interview in Rolling Stone verscheen. Hij vertelde in dat interview dat hij bezig was met het completeren van een rockopera. Dit waren de eerste tekenen van het veelgeroemde meesterstuk[5] Tommy (1969), de eerste commercieel succesvolle rockopera en zelfs een grote mijlpaal binnen de moderne muziek.
Rond deze tijd begonnen de spirituele leermethoden van de Indi�r Meher Baba invloed te krijgen op Townshend en zijn te schrijven nummers. Baba wordt op Tommy gecrediteerd als Avatar. In het verlengde van Tommy's commerci�le succes, werd het ook een kritisch succes. Life Magazine zei over Tommy: "...sprekend over pure kracht, uitvinding en een uitmuntende uitvoering streeft Tommy elke opname die ooit uit een studio is gekomen ver voorbij..."[6] en Melody Maker meende: "Natuurlijk is The Who nu d� band waarmee alle andere bands mee vergeleken moeten worden."
Ook niet geheel onbelangrijk voor de doorbraak bij het grote publiek was hun concert op Woodstock (15, 16 en 17 augustus 1969) en de verschijning in gelijknamige film - een optreden dat zijzelf overigens verfoeiden - waarin ze onder andere nummers van Tommy ten gehore brachten.
In 1970 gaf The Who de plaat Live at Leeds uit. Dit album wordt vaak beschouwd als het beste live rockalbum aller tijden.[7] Echter, in 1970 had The Who nog meer ambitieuze plannen. Ze begonnen met het opnemen van een studioalbum. Op het Isle of Wight Festival in augustus introduceerde Daltrey namelijk een nieuw nummer, genaamd I Don't Even Know Myself, en omschreef het als van "...een album waar we zo ongeveer half mee klaar zijn". En Daltrey had gelijk, want binnen een paar weken na dat concert schreef Townshend het nummer Pure And Easy, een nummer dat hij later beschreef als het basale nummer waar het hele album-in-wording om zou draaien. Dit project, genaamd Lifehouse, is overigens nooit afgemaakt. Althans, niet in de vorm die Townshend bedoelde. Er is namelijk wel een hoorspel van gemaakt voor de BBC in 2000, dat later opgenomen is en door Townshend uitgebracht op een 6-CD, genaamd The Lifehouse Chronicles. Dat het niet is afgemaakt in de door Townshend bedoelde vorm kwam doordat de overige drie bandleden niets snapten van het verhaal waar Lifehouse in zijn geheel om draaide.[8]
Ondertussen, in maart 1971, besloot de band na de flop van Lifehouse te beginnen met het opnemen van het bruikbare materiaal. In eerste instantie gingen zij met hun managers Chris Stamp en Kit Lambert naar New York. De opnames vonden plaats in de Record Plant aldaar, maar het ging allemaal niet zo goed als dat het bedoeld was. Lambert dealde daar onder andere en de sfeer was ook niet ideaal. Om deze redenen nam producent Glyn Johns in april van datzelfde jaar het hele album opnieuw op met de band, maar dit keer in Londen. Een grote selectie van het materiaal werd - samen met ��n nummer van John Entwistle (My Wife) dat niet bij de originele plaat hoorde - uitgegeven onder de naam Who's Next. Het album elimineerde (voorlopig) het Lifehouse-project, maar sommige van de nummers werden later uitgegeven als singles en/of hergebruikt voor andere albums in latere jaren (net als Odds and Sods) en Townshend's soloalbum Who Came First. Hoe moeizaam de aanloop naar dit album ook was, het zou een van hun meest succesvolle albums worden, zowel onder critici als fans.[9] Dit kwam ook vooral door het spectaculaire synthesizer-werk, dat Townshend gebruikte op de plaat. Het album behaalde plaatsje nummer 4 in de Verenigde Staten en zelfs nummer 1 in Groot-Brittanni�. ��n single van het album, Won't Get Fooled Again, werd het eerste nummer dat een synthesizer-partij als basis had.
Who's Next werd gevolgd door een werk dat meer een monoloog is dan een rockopera (er werden namelijk slechts een klein aantal lyrics gezongen door de karakters). Het werk uit 1973, genaamd Quadrophenia heeft een verhaallijn over een adolescent genaamd Jimmy, die lijdt aan een identiteitscrisis en aan zijn lichtelijk geestelijke handicap, tegen een achtergrond van de rebellerende Mods en Rockers in de vroege sixties in Brighton.[10] Quadrophenia was een uitstekend en complex album, maar het sprak het grote publiek niet zo aan als bij Tommy.
De latere albums van de band genieten een meer persoonlijke lading voor meestersongwriter Townshend, die uiteindelijk ook zijn eigen stijl meer in zijn soloalbums verwerkte, zoals te horen is op zijn album Empty Glass. Het album The Who By Numbers (1975) bevat dan ook sommige introspectieve nummers, opgeleukt door de publiekslieveling Squeeze Box, een andere hitsingle. Desalniettemin heeft een rockcriticus By Numbers beschouwd als Townshend's "zelfmoordbrief"[11]. Verder werd er dat jaar ook een filmversie van Tommy in de bioscopen getoond. Het werd geregisseerd door Ken Russell, met in de hoofdrol Roger Daltrey (als Tommy Walker). Pete Townshend kreeg een nominatie voor een Academy Award in de categorie "Best Original Score". In 1976 speelde The Who een concert op de Charlton Athletic Football Ground, dat voor meer dan een decennium lang geregistreerd stond in het Guinness Book of Records als het luidste concert ooit.[12]
In 1978 gaf de band het album Who Are You uit. Het album toonde een verschuiving van de epische rockopera's naar een ietwat 'radiovriendelijker' geluid. Het album omvatte onder andere een nummer van een niet-afgemaakte rockopera van John Entwistle. De uitgifte van het album werd overschaduwd door het overlijden van drummer Keith Moon, die vijf dagen na de Engelse release overleed. Hij overleed aan een overdosis chloormethaziol, slechts een paar uur na een feest van Paul McCartney. De drummer van The Small Faces/The Faces, Kenney Jones volgt Moon in 1979 op. In dat jaar kwam The Who terug op het podium met een aantal bejubelde concerten in onder andere het Rainbow Theatre in Londen, tijdens het Filmfestival in Cannes in Frankrijk en in de Madison Square Garden in New York City. Ze besloten hierop een kleine tour door de Verenigde Staten te ondernemen. Triest genoeg werd deze tour gedompeld in een tragedie. Op 3 december 1979, toen de band een concert gaf in Cincinnati, Ohio in het Riverfront Coliseum (U.S. Bank Arena) ontstond er een zodanige drukte om de voorste stoelen aldaar, dat elf fans op tragische wijze de dood vonden. Er werd The Who niets verteld over de doden, tot na de show. Dit werd gedaan omdat de organisatie vreesde dat zij nog meer problemen zou krijgen met de meute als het concert niet door zou gaan. De bandleden waren achteraf totaal geschokt door deze gebeurtenis.
Verder gaf The Who in 1979 ook hun eerste rockumentaire, genaamd The Kids Are Alright, uit en werd er een filmversie van Quadrophenia uitgegeven, met o.a. Sting en Toyah Wilcox in enkele rollen. De rockumentaire werd een soortement van heilige graal voor de Who-fans en een samenvatting van het Moon-tijdperk van de band. In december van datzelfde jaar werd The Who de derde band - na The Beatles en The Band - die op de cover van TIME Magazine kwam. Hoewel het voorval in Cincinnati werd genoemd, was het artikel - dat geschreven was door Jay Cocks - uitsluitend positief en respectvol jegens The Who, de bandleden en hun plaats binnen de rockmuziek.
In 1981 gaf The Who met Kenney Jones een nieuw album uit, genaamd Face Dances, en reeds een jaar later, in 1982 volgde het tweede album met hem, genaamd It's Hard. Met het verlies van Moon verloor The Who ook een flink stuk ritmisch vermogen. Met Kenney Jones, die een totaal andere stijl van drummen heeft als Keith Moon, verschoof de band van datgene wat men meer als rock beschouwt, naar de popmuziek. Terwijl beide albums redelijk goed verkocht werden en It's Hard zelfs een vijf sterren-status in Rolling Stone[13] kreeg, waren de meeste fans niet erg te spreken over de nieuwe stijl van de band. Kort na de uitgifte van It's Hard begon The Who aan hun afscheidstour, nadat Pete Townshend de situatie rond zijn alcoholverslaving bekendgemaakt had en zichzelf hiervanaf zette. Hierover zei hij dat hij nog ��n geweldige tour met The Who wilde maken voordat zij een studioband zouden worden. Omdat het om een afscheidstour[14] ging, was de vraag naar tickets immens. Het was de tour met de hoogste omzet van het jaar met uitverkochte zalen in vele steden in Noord-Amerika.[15]
Na deze tour in december 1982 te hebben voltooid, deed Townshend in 1983 een poging tot het schrijven van een nieuw studioalbum, dat Warner Brothers Records nog tegoed had. The Who had namelijk van 1980 tot 1983 een contract lopen bij deze platenmaatschappij. Tegen het einde van dat jaar verklaarde Townshend daarentegen dat hij het niet voor mogelijk hield om genoeg materiaal te cre�ren, dat aan zijn kwaliteitseisen zou kunnen voldoen. Daarop liet hij in december 1983 een persbericht uitgaan, waarin hij verklaarde The Who te verlaten. In 1984 werd nog w�l Who's Last uitgegeven om t�ch aan deze contractuele verplichtingen te voldoen. Met het vertrek van Townshend, hield ook The Who als een almaar schrijvende muziekfabriek op te bestaan. Townshend ging zich meer op zijn solocarri�re concentreren. Zo schreef hij White City: A Novel (1985), The Iron Man[16] (1989) en Psychoderelict (1993), dat beschouwd werd als een voorloper van de eventuele uitgifte van het radiowerk van Lifehouse. Op 13 juli 1985 kwam The Who ��nmalig met Kenney Jones bijeen om Bob Geldof te steunen bij het Live Aid-concert in het Wembley Stadium. De band speelde er My Generation, Pinball Wizard, Love Reign O'er Me, en een duidelijk ongeoefende versie van Won't Get Fooled Again. Hoewel de BBC een zekering door liet branden, bleef de band spelen, waardoor de rest van de wereld het grootste stuk van My Generation gemist had. In 1988 werd The Who ge�erd met de Lifetime Achievement Award van de British Phonographic Industry. Ook hier speelde The Who speelde een klein aantal nummers. Dit was tevens de laatste keer dat Jones met hen mee zou spelen. Veruit de bekendste re�nietour vond plaats in 1989 en stond vooral in het teken van Tommy, vanwege 'zijn' twintigste verjaardag �n het vijfentwintigjarige bestaan van de band. Ook nu was de vraag naar kaartjes erg groot: de twee miljoen tickets gingen als warme broodjes over de toonbank.[17] Dit bleek een reden voor het blad Newsweek dat zei dat een "Tour van The Who speciaal is...", want, "...na The Beatles en The Stones, zijn zij het gewoon."
|
- Rock Werchter (30 juni 2006) |
In 1990 werd The Who ingehuldigd in de Rock and Roll Hall of Fame. Het commentaar in de Hall beschrijft The Who als de grootste voorvechter van de titel "World's Greatest Rock Band" en als ��n van de meest dynamische live-acts.[18] Afgezien van The Who, hebben all��n The Beatles en de Rolling Stones een gelijkwaardig commentaar in de Rock and Roll Hall. In 1991 nam The Who een coverversie van Saturday Night's Alright For Fighting op als eerbetoon aan de originele zanger: Elton John en gaf dit ook uit. Dit was het laatste studiomateriaal dat John Entwistle met The Who heeft uitgegeven. In 1994 werd er gefluisterd over een tour naar aanleiding van de dertigste verjaardag van The Who. Deze is er overigens nooit gekomen, maar ter ere van de vijftigste verjaardag van Roger Daltrey werden er twee concerten gegeven in de Carnegie Hall. Tijdens deze optredens was er ook plaats voor gastoptredens van zowel John Entwistle als Pete Townshend. Hoewel The Who in feite aanwezig was, speelden zij niet als zodanig tijdens die shows. Later dat jaar tourde Pete Townshend tourde later dat jaar om zijn Psychoderelict-album te promoten en aan het einde van ��n van de shows verzorgde John Entwistle een gastoptreden. Maar niet alleen Townshend tourde, ook Roger Daltrey tourde. Hij deed dit met een orkest en een special guest: jawel, John Entwistle. Deze band stond erop dat John "Rabbit" Bundrick de toetsen zou bespelen, Zak Starkey de drums en Simon Townshend gitaar (voor zijn broer, die niet meedeed). Pete Townshend gaf Daltrey permissie om deze formatie The Who te noemen, maar dit deed Daltrey niet. Deze "Daltrey sings Townshend"-tour was dan ook geen geweldig succes.
In 1996 werd Pete Townshend gevraagd om mee te spelen in een groot rockconcert in het Hyde Park in Londen. Aanvankelijk was hij van plan om Quadrophenia in een solo-akoestische versie op te voeren, gebruikmakend van stukken uit de film, die hij op de achtergrondschermen zou tonen. Hij veranderde zijn gedachte toen hij erachter kwam dat er een publiek zou zijn van rond de 150.000 man. Na Entwistle en Daltrey te hebben gecontacteerd, werd besloten dat er een eenmalig optreden van Quadrophenia zou plaatsvinden. De band werd aangevuld met Zak Starkey op het drumstel (terwijl die eigenlijk zijn twijfels had), John "Rabbit" Bundrick op het keyboard en Simon Townshend als slaggitarist. Verder werd Jon Carin nog toegevoegd als tweede toetsenist en een aantal hoornblazers en een achtergrondkoor. Tenslotte kwamen er nog verschillende special guests om de karakters uit "Quadrophenia" te spelen, waaronder: David Gilmour, Ade Edmonson, nieuwslezer Trevor McDonald en Gary Glitter (die Roger Daltrey een dag voor de show per ongeluk een gebroken oogkas sloeg). Het hele optreden werd verteld door Phil Daniels, die Jimmy the Mod in de film speelde. Afgezien van een aantal technische ongeregeldheden, bleek de show toch een succes en werd deze door velen beschouwd als de beste act van de dag, zelfs boven het hoofdnummer van Eric Clapton. Het succes van deze show leidde tot een uitbreiding met zes nachten in New York in de Madison Square Garden. De shows die er gedaan zijn staan niet te boek als The Who.[19]
Eveneens werd er in 1996 een VHS en cd uitgegeven van The Who's legendarische optreden tijdens het festival op het Isle of Wight, onder de naam: Live at the Isle of Wight Festival 1970.[20]
Het succes van deze Quadrophenia-tour heeft geleid tot grote interesse in de Verenigde Staten en Europa. Daarom besloten de bandleden om er nog maar een grote tour achteraan te plakken.[21] De show werd extra aangepast voor de tour en bevatte ook de nummers die men van The Who gewend is in de toegift.[22] Ook deze show staat officieel niet op het conto van The Who, maar van de verschillende bandleden. Na het succes van Quadrophenia ging de "band" wederom uit elkaar. Pete Townshend ging weer akoestische tours doen, John Entwistle deed weer shows met zijn eigen band (The John Entwistle Band) en Roger Daltrey ging de wereld rond met de Britisch Rock Symphony. Hij speelde nummers van The Who en andere klassieke nummers met het orkest.
Met 1999 breekt het jaar aan waarin The Who zich weer officieel hergroepeert. Wederom worden John "Rabbit" Bundrick en Zak Starkey gerekruteed om de band muzikaal te ondersteunen. Zij speelden in deze formatie veel liefdadigheidsconcerten in relatief kleine zalen. Veel van de nummers die in deze shows werden gespeeld, waren afkomstig van het album Who's Next en waren al meer dan dertig jaar niet meer gespeeld.[23]
Het succes van deze liefdadigheidsshows leidde tot weer een tour door de Verenigde Staten in de zomer van 2000 en een tour door het Verenigd Koninkrijk in november van dat jaar. De tour eindigde met een liefdadigheidsconcert in de Royal Albert Hall in Londen voor het Teenage Cancer Trust-fonds, waarvan later een cd/dvd van (onder de naam Live at The Royal Albert Hall) uitkwam. Met de uitgifte van deze dvd begonnen de drie leden van de band weer te denken aan de mogelijkheid van een nieuw album.[24]
Nadat The Who tijdens The Concert for New York City in oktober 2001 een concert gaf van vier nummers (Who Are You, Baba O'Riley, Behind Blue Eyes en Won't Get Fooled Again), werd het optreden uitgroepen als het meest bejubelde onder het publiek, dat bestond uit New Yorkse politieagenten en brandweermannen. The Who werd dat jaar tevens ge�erd met een Grammy Lifetime Achievement Award.
Net voordat de Amerikaanse tour in de zomer van 2002 van start zou gaan, werd John Entwistle 's avonds dood gevonden in zijn kamer in het Hard Rock Hotel in Las Vegas, Nevada. De uitkomst van het autopsie-onderzoek maakte duidelijk dat Entwistle was overleden aan een zekere hoeveelheid coca�ne in zijn lichaam. De dosis werd niet beschouwd als een overdosis, maar deze geringe hoeveelheid coca�ne in combinatie met zijn reeds zwakke hart zorgde voor een toch fatale hartaanval. Zijn hart was dusdanig verzwakt door een jarenlange opstapeling van hartproblemen, roken en zijn coca�negebruik in de latere jaren van zijn leven. Na een korte vertraging in verband met de begrafenis van de bassist, werd de tour - volgens de wensen van Entwistle's familie - gewoon doorgezet. The Ox werd vervangen door de Welsh Pino Palladino. De tournee werd opgenomen en als Encore Series 2002 uitgegeven. Voordat de tour begon, werden er nieuwe tour-nummers geoefend, waaronder: Real Good Looking Boy, Certified en de oude klassieker I Can See For Miles. In verband met de dood van Entwistle werden deze nummers niet gespeeld. In september nomineerde Q magazine The Who als ��n van de "50 Bands to See Before You Die" (50 Bands die je moet zien voordat je doodgaat).
In 2004 gaf The Who twee nieuwe nummers uit op hun album The Who: Then and Now. Deze nummers waren Old Red Wine en Real Good Looking Boy (met respectievelijk Pino Palladino en Greg Lake op de basgitaar). Ter promoting van deze CD ging de band op een nieuwe tour en deed 18 plaatsen aan. De tournee trok door onder andere Japan, Australi�, de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk en werd eveneens geregistreerd en uitgegeven (Encore Series 2004). In datzelfde jaar gaf The Who wederom een optreden tijdens het Isle of Wight Festival en ontving de gebruikelijke extatische commentaren.[25] Verder zette Rolling Stone Magazine de band op plaatsje nummer #29 op hun lijst van de 100 Greatest Artists of All Time.[26] Ook werd bevestigd dat The Who in het voorjaar van 2005 hun eerste album (oorspronkelijk getiteld WHO2) sinds 22 jaar zou uitgeven. Pete Townshends website gaf aan dat de uitgifte voor onbekende duur uitgesteld zou worden en dat ook de VS/VK-tours in de zomer van 2005 naar achteren werden verschoven. Een deel van dit besluit was te wijten aan de langzame opname van het nieuwe materiaal en een ander deel was te wijten aan de toezegging van Zak Starkey toezegging aan Oasis om met hen op tournee te gaan.
Op 13 juni 2005 verzorgde The Who een ��nmalig optreden in de Gotham Hall in New York. De kaartjes kostten $1500 per stuk. De opbrengst gaat naar Samsung's Four Seasons Of Hope, een instelling die veel geld schenkt aan kinderorganisaties.
In juli 2005 was het twintig jaar geleden dat Live Aid in het Wembley Stadium plaatsvond. Ter ere d��rvan �n vanwege de G8-top, werd Live 8 gehouden. Geheel in lijn met de benefietconcerten die The Who eerder al gegeven had, droeg de band wederom een steentje bij aan het bestrijden van de armoe in derde wereld-landen. Zij lieten Who Are You en Won't Get Fooled Again horen in Londen. Omdat Zak Starkey op tournee was met Oasis werd hij vervangen door Steve White (de oudere broer van ex-Oasis drummer Alan White en drummer voor Paul Weller) en Damon Minchella (Ocean Color Scene) verving bassist Pino Palladino, die door Zuid-Amerika tourde als bassist voor Jeff Beck.
|
|
|
|
|
- Rock Werchter (30 juni 2006) |
In de loop van 2006 hebben Pete Townshend en Roger Daltrey hun nieuwe album Endless Wire opgenomen, dat zijn debuut op 30 oktober beleefde. In Nederland werd het eerste album op 26 oktober overhandigd aan Freddy Haayen (de ontdekker van Golden Earring). Endless Wire was het eerste studio-album met nieuw materiaal sinds It's Hard, dat uit 1982 stamde. Het nieuwe album bevat nummers die onder andere ge�nspireerd zijn door het Stockholmsyndroom tijdens het gijzelingsdrama op een school in Beslan en door Mel Gibsons film The Passion of the Christ. Eveneens is er een nieuwe mini-opera te horen zijn op de cd, genaamd Wire And Glass. Ook dit is een primeur sinds de laatste (Rael) die op The Who Sell Out (1967) verscheen. Delen van Wire And Glass werden uitgegeven als een maxi-single op 17 juli (speciaal voor iTunes) en daarna op 24 juli op een 12" ep (limited edition). Het nummer Mirror Door was al eerder uitgegeven in een radiobewerking en werd voor het eerst gedraaid op BBC Radio 2, tijdens de Ken Bruce Show om 10:00 uur op 8 juni 2006.
Om het nieuwe album alvast te promoten en korte demo's te geven, gaf The Who in het tijdschrift Rolling Stone in december 2005 aan een 24-daagse Europese tour - gevolgd door een wereldtournee - te willen geven in de zomer van 2006. Kort daarna werd aangekondigd dat het openingsconcert van de tour op 17 juni op de Universiteit van Leeds zou plaatsvinden. Op dezelfde plaats waar 36 jaar geleden het befaamde Live at Leeds-album werd opgenomen. De tickets voor deze show werden persoonlijk verkocht door de Leeds University Union (de studentenvereniging van de Leeds University), met een gelimiteerde verkoop van slechts twee tickets per persoon. Voordat het concert begon, onthulden Daltrey en Townshend een blauwe plaquette om "Live at Leeds" te herdenken. De show was zo langverwacht dat de BBC er een complete uitzending van maakte. Dit gebeurde zowel de dag van het concert als de dag erna. De shows bestonden onder andere ook uit interviews die na het concert gehouden werden met mensen uit het publiek.
Het optreden op de Leeds University en de shows die hierop volgden zijn de eerste optredens die de band geeft sinds hun laatste wereldtournee uit 2004 en het korte optreden op Live 8 in 2005. The Who heeft Europese landen aangedaan zoals: Groot-Brittanni�, Spanje, Duitsland en Zwitserland. Ook Belgi� werd dit jaar op een bezoek getrakteerd. Op 30 juni stond het plaatsje Werchter op de tweede dag (van de vier) van het festival Rock Werchter in vuur en vlam en konden vele duizenden toeschouwers genieten van een ruim anderhalf uur durend slotconcert. Op 2 juli werd de tweede dag van Hyde Park Calling, een concert om de twintigste verjaardag van het Hard Rock Cafe te vieren ook door hen afgesloten. Tijdens dit festival werden er opnamen geschoten voor het Britse televisieprogramma Top Gear. Zij waren roadies van de band en zij zouden bestelbusjes gaan testen. Hun missie (namelijk zoveel mogelijk koffers verplaatsen) mislukte, aangezien The Who zo'n duizend koffers heeft en dat de drie busjes waarin zij reden er samen slechts negen konden verwerken.
Verder heeft The Who een tour door Noord-Amerika afgesloten, die heeft geduurd van september tot december en van februari tot maart.[27] Pete Townshend heeft gezegd dat hij hoopt dat The Who de tour in 2007 kan eindigen met een klus tijdens het Glastonbury Festival, maar inmiddels is The Who bezig met de laatste helft van de Europese tour, die niet in Glastonbury wordt afgesloten, maar in Helsinki.
De shows van de hele tour door het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten werden uitgezonden op internet en achteraf uitgegeven (Encore Series 2006). Video streaming-bedrijf Streaming Tank is gevraagd om de concerten uit te zenden, gesteund door het technische team van de trilogie van Lord of the Rings. Dit is de eerste poging door welke band dan ook om hele shows over het internet uit te zenden, sinds The Vegas Job in oktober 1999. De meeste Europese tours werden op internet voorgegaan door een aflevering van In The Attic, een internet-"televisieprogramma", gepresenteerd door Townshends vriendin Rachel Fuller en Michael Cuthbert.
Sirius Satellite Radio runde een 24-uurs radiokanaal, gewijd aan The Who. Dit kanaal liep vanaf 21 september 2006, tot 31 maart 2007. Het kanaal zond onder andere zeldzame opnames, interviews, en uitzendingen van concerten uit.
Op 3 oktober 2006 gaf iTunes twee singles van Endless Wire uit: Tea & Theatre (gespeeld als afsluiting van de Noord-Amerikaanse concerten) en It's Not Enough. Tevens werd The Who in oktober van datzelfde jaar als eerste band ge�erd met een Freddie Mercury Lifetime Achievement in Live Music Award (die voortaan jaarlijks zal worden uitgereikt) tijdens de Vodafone Live! Music Awards.
Zak Starkey werd door Pete Townshend uitgenodigd om volledig en officieel lid te worden van The Who. Deze gaf Townshend aan dat het voor hem niet pers� nodig was, waarop Townshend hem meldde dat de "deur altijd open zou staan".
Tijdens de tournee van 2007 werd toetsenist John "Rabbit" Bundrick vervangen door zijn technicus, Brian Kehew. Bundrick zat tussen oktober en december 2006 thuis bij zijn zieke vrouw, die hij daar verzorgde. In april dit jaar overleed Sue Bundrick na een lang ziekbed.[28] Verder liep niet alles volgens plan bij Roger Daltrey, hij liep namelijk een virusinfectie op, waardoor verschillende shows afgezegd en verplaatst moesten worden.[29] Desalniettemin, de adviezen van niet minder dan drie dokters waren positief, waardoor de rest van de tour gewoon door kan gaan.[30][31]
Op 8 februari 2007 meldden Townshend en Daltrey op hun commerci�le website[32] dat zij in de zomer van 2007 wederom een wereldtournee gepland hebben. Ditmaal zullen onder andere de Ahoy in Rotterdam en het Sportpaleis in Antwerpen met een bezoek vereerd worden.[33][34] De wereldtoernee zal op 9 juli in Helsinki, Finland afgesloten worden.[35] Overigens werd er op 24 mei gemeld dat het optreden in Antwerpen verplaatst werd naar de Lotto Arena, in verband met teleurstellend kaartverkoop.[36]
| Voor meer gedetailleerde informatie, zie The Who (discografie). |
Sommige albums zijn niet (alleen) muzikaal, maar (ook) uitgegeven als video of DVD. Een voorbeeld hiervan is: "Live at the Royal Albert Hall".
Albums[ Studio-Albums
Live-Albums
Periodeverzamelingen
Compilaties
Videografie |
[bewerk] Singles
[bewerk] EP's
|
| Voor meer gedetailleerde informatie, zie The Who in de popcultuur. |
The Who is ��n van de rockbands die een enorme invloed heeft gehad op hun genre.[37] De agressieve muziek, die gemaakt werd door powertrioformatie Townshend, Entwistle en Moon (met Daltrey als toegevoegde leadzanger), werd al snel ge�miteerd en gebruikt door bands als Cream, The Jimi Hendrix Experience, Led Zeppelin, Rush, The Jam en bijna alle punk- en grungebands.
The Whos vroege muziekstijl en -houding was min of meer een verpersoonlijking van wat later bekend zou worden als punkrock in het midden van de jaren zeventig. The Who was een groot voorbeeld voor punkrockbands als The Clash, The Ramones, Sex Pistols, voor protopunk-bands als MC5 en zelfs voor de hedendaagse poppunkbands als Green Day. De met synthesizer overladen nummers van Who's Next waren van grote invloed op de new wave muziek en de synthipop.
Met The Whos vroege modjaren voorziet de band de meeste, zo niet alle grote bands tijdens de Britpoprage in het midden van de negentiger jaren van inspiratie. Bekende namen zoals Blur, Oasis, Stereophonics en Ash putten veel inspiratie in het werk van The Who, waardoor deze van grote invloed was op deze bands.
The Who wordt toegeschreven dat zij de bedenkers zijn van het fenomeen "rockopera". Tevens zijn zij de makers van ��n van de eerste conceptalbums. Volgend in Tommy's voetstappen zijn bijvoorbeeld David Bowies The Rise and Fall of Ziggy Stardust en Pink Floyds albums Dark Side of the Moon, Animals en bovenal The Wall. Recentelijk werd het 'rockopera'-idee door The Flaming Lips en Green Day nieuw leven ingeblazen in respectievelijk Yoshimi Battles the Pink Robots en American Idiot.
My Generation is waarschijnlijk het meest gecoverde nummer van The Who. Zo gaven Iron Maiden, Green Day en Oasis en Patti Smith covers van het nummer uit. Oasis gebruikte het nummer zelfs als afsluiter van de setlist van hun wereldtoernee van 2005. Verder coverde David Bowie de nummers I Can't Explain, Pictures of Lily en Anyway, Anyhow, Anywhere, gebruikten de Sex Pistols Substitute in hun eerdere concerten, maakt The Clash gebruik van het I Can't Explain-riffje in de nummers Clash City Rockers en Guns on the Roof en gaf Pearl Jam optredens met de nummers Baba O'Riley en The Kids Are Alright tijdens hun toernee in de jaren negentig en later. Overigens heeft Pearl Jam ooit veel meer Who-songs gespeeld, waaronder Leaving Here en Blue, Red, & Grey. Overigens heeft Pearl Jam bekend gemaakt Love Reign O'er Me te zullen coveren voor de film Reign Over Me met Adam Sandler [38]. Van Halen coverde Won't Get Fooled Again op hun livealbum Live: Right Here, Right Now uit 1993 en beschreef het als "A tribute to The Who" ("een hommage aan The Who"). In 1995 coverde Phish Quadrophenia voor hun tweede jaarlijkse Halloween-concerttraditie van het in zijn geheel opvoeren van een muziekalbum van een andere band. Het optreden werd later uitgegeven onder de naam Live Phish Volume 14. Tenslotte coverden de bands The Grateful Dead en Nirvana Baba O'Riley in de vroege jaren negentig.
De muziek van The Who wordt overigens nog steeds enorm vaak opgevoerd door veel verschillende Tributebands, zoals The Wholigans, Who's Next USA, BARGAIN, The Relay, en The OHM, in de Verenigde Staten en Who's Next UK en Who's Who in het Verenigd Koninkrijk.
Een aantal prominenten uit de muziekwereld heeft zich ooit uitgelaten over The Who:
| Singles met hitnoteringen in de Nederlandse Top 40 | |||||
| Titel | Datum van release |
Datum van binnenkomst |
Hoogste positie |
Aantal weken |
Opmerkingen |
|---|---|---|---|---|---|
| My Generation | 1965 | 8 | 6 | ||
| Pictures Of Lily | 1967 | 4 | 10 | ||
| Happy Jack | 1967 | 6 | 8 | ||
| I Can See For Miles | 1967 | 28 | 4 | ||
| Call Me Lightning | 1968 | 38 | 3 | ||
| See Me, Feel Me | 1971 | 3 | 5 | ||
| Won't Get Fooled Again | 1971 | 11 | 5 | ||
| Baba O'Riley | 1971 | 13 | 7 | ||
| Let�s See Action | 1971 | 28 | 4 | ||
| Join Together | 1972 | 27 | 5 | ||
| Behind Blue Eyes | 1972 | 34 | 2 | ||
| Relay | 1973 | 28 | 4 | ||
| You Better You Bet | 1981 | 9 | 10 | ||
| Voor meer gedetailleerde informatie, zie The Who (bezetting). |
| The Detours | The Who | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| V��r-Moon (1962 - Apr. 1964) |
"Klassieke line-up" (Apr. '64 - Sep. 1978) |
N�-Moon (1979 - 1988) |
N�-Jones (1989 - Jun. 2002) |
N�-Entwistle (Jul. 2002 - heden) |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Zanger | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Colin Dawson (1962) |
Gabby Connolly (1963) |
Roger
Daltrey (Dec. 1963 - heden) |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Leadgitarist | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Roger
Daltrey (1962 - Dec. 1963) |
Pete
Townshend (Dec. 1963 - heden) |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Bassist | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| John
Entwistle (1962 - Jun. 2002) |
Pino
Palladino (Jul. 2002 - heden) |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Drummer | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Doug
Sandom (1962 - Apr. 1964) |
Keith
Moon (Apr. 1964 - Sep. 1978) |
Kenney
Jones (1979 - 1988) |
Simon Phillips (1989) |
N.V.T. (1990 - 1995) |
Zak
Starkey (1996 - heden) |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Toetsenist | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| N.V.T. | "Rabbit"
Bundrick (1979 - 1981) |
Tim Gorman (1982) |
N.V.T. | "Rabbit"
Bundrick (1985 - heden) |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Tweede gitarist | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Pete
Townshend (1962 - Dec. 1963) |
N.V.T. | "Boltz" Bolton (1989) |
N.V.T. | Simon Townshend (1996 - 1997) |
N.V.T. | Simon
Townshend (2002 - heden) |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Officieel gezien bestaat The Who momenteel uit twee bandleden: |
| Roger Daltrey(1964 - heden) |
| Pete Townshend(1964 - heden) |
| The Who is momenteel op toernee en wordt gesteund door de muzikanten: |
| Pino Palladino (2002 - heden) |
| Zak Starkey (1996 - heden) |
| John "Rabbit"
Bundrick (1979 - heden) |
| Simon Townshend (1996 - heden) |